Artikel voor GentBlogt.be (13) 1 2

Een Nederbelg burgert in: Studentprotest
Mijn lief vindt dat ik geen recht van spreken heb als ik de Vlaamse protestcultuur als beduidend springlevender aanduid dan de Nederlandse. Dit omdat ik de échte protestmarsen, grootse stakingen, anarchistische betogingen, enzovoorts hier amper heb meegemaakt. Wel, die logica volgend, zelfs met het weinige dat ik gezien heb is de protestcultuur hier al beduidend indrukwekkender dan bij uw Noorderburen. Nederland protesteert amper nog. Bij verscheidene van mijn aangehaalde onderwerpen waren er wel - ludieke - betogingen enzovoorts, maar het stelde en stelt nog altijd amper veel voor in termen van serieus te nemen. Dat is wel eens anders geweest. Zeker eind jaren '60 waren de studentenprotesten berucht in Nederland. Maar nog voor de Maagdenhuisbezetting was er een eerste Nederlandse universiteitskaping - een volledige, waarbij de studenten alles zelf regelden en de universiteit de Karl Marx Universiteit als heuse titel droeg - welhaast vanzelfsprekend in het veelgenegeerde Tilburg of all places.
De in Tilburg woonachtige Tymen Trolsky - in het dagelijks leven schrijver en dichter Jasper Mikkers - heeft een dikke roman over deze perikelen geschreven. De centrale liefdesgeschiedenis is helaas geen literaire hoogvlieger, en het einde is gezien Trolsky's / Mikkers' talentvolle oeuvre al helemaal een cliché waar we beter over zwijgen. Maar de gebeurtenissen, alsmede de vele integrale citaten, de beschreven bestaande medespelers, de controverses, en alles verder rondom de achtdaagse geweldloze (en waarschijnlijk daardoor minder in het collectief geheugen blijven hangen dan de Amsterdamse 'opvolger') bezetting in het belang van democratisering van het onderwijs: dat deel van het boek boeit zeer zeker wel, en Trolsky heeft zijn huiswerk gedaan. Welnu, zal de Vlaamse lezer zich afvragen, wat heeft dit onderwerp voor ons voor belang precies ? Wel - met toestemming van de schrijver reproduceer ik hier de in het boek danig ingekortte Leuvense connectie. Jazeker: de Vlamingen hebben ook een goede vinger in de pap gehad in de protesten in Parijs en Tilburg ! (meer)
Oude versie van een fragment uit de roman KARL MARX UNIVERSITEIT, roman over een revolutie. De roman verscheen in november vorig jaar, is van de hand van Tymen Trolsky (pseudoniem van Jasper Mikkers) en heeft het studentenverzet in 1968 en 1969 in Nederland, met name in Tilburg, als onderwerp. Tegelijk wordt de liefdesrelatie tussen een journalist en studente (activiste) beschreven. Zolang de schrijver niet protesteert tegen publikatie van dit – niet in deze vorm uitgegeven - fragment op internet, nemen we aan dat hij er geen bezwaar tegen heeft.
Zijnoot: de langste zin uit het boek telt 422 woorden en is zeer erotisch van aard.
In de geweldloze linkse Tilburgse protestacties organiseerden de studenten sit-ins, teach-ins en bezettingen van lokalen (aula en collegezalen), belegerden het politiebureau op de Noordhoekring, organiseerden een sekscongres en sekstentoonstelling, ondergroeven op allerlei terreinen de fundamenten van de na-oorlogse samenleving. Zij ook formuleerden de eisen van de studentenbeweging in onderhandelingen met de toenmalige minister van onderwijs Veringa. (De ontmoeting met de minister vond plaats op 6 mei 1969, tijdens de bezetting van de KHT.) Ter vergelijking: de Amsterdamse Maagdenhuisbezetting leverde niets constructiefs op en was niet veel meer dan een uiting van onbehagen.
Onderstaand fragment is afkomstig uit het begin van de roman. Journalist Fedde Reephof heeft vernomen dat zijn zoon Jeroen vermist is na een nachtelijke veldslag van studenten met oproerpolitie in het Quartier Latin in Parijs, begin mei 1968. Hij rijdt in een Deux Cheveaux naar Parijs om zijn zoon te zoeken. Drie Tilburgse studenten rijden met hem mee.

‘Ze wil verdomd weer niet starten.’
Er klonk een metalig gerasp waarbij de auto heen en weer schommelde.
‘Doorgaan. Ze moet op temperatuur komen, daarna houdt niemand haar nog tegen. Mijn vriendin heeft er ook een. Je schrikt ervan wat voor kracht er in zo’n kippenborstje zit. Wacht,’ de student die zich als Stef Hoosbeek had voorgesteld, stapte uit. ‘Als we duwen, krijgen we haar wel aan de praat.’
Achterin stapte ook Coen Dauma uit. Samen duwden ze de Deux Chevaux tussen de andere auto’s uit op de parkeerplaats van de studentenflat. Fedde keek om en beet op zijn onderlip. Elk moment konden die smalle knuisten door de roestige carrosserie heen schieten tot op de krat bier op de achterbank. De derde student, hij had zich voorgesteld als Dolf Aulman en zat achterin naast Dauma, lichtte zijn kont niet. Op zijn knieën stond een draagbare radiocassetterecorder op batterijen en hij draaide aan een knop, op zoek naar een station dat verslag deed van de verbijsterende gebeurtenissen die op datzelfde moment 400 kilometer zuidelijker plaatsgrepen.
Fedde draaide de auto de Professor Cobbenhagenlaan op. Veel verschil tussen een Deux Cheveaux en botsauto op de kermis was er niet. Waarom diende de bestuurder ervan een rijbewijs te bezitten? ‘Ronk ronk.’ Fedde trapte op het gaspedaal en liet de motor hoge toeren draaien. Hij rilde opeens van genot. Hij hield van dit geluid, dat het midden hield tussen hol geronk en stoer geplof, en nooit bang was, een geluid dat met geen ander verward kon worden. Achter hem sloegen de flinterdunne portieren dicht, hij schakelde en daar reden ze weg. De vaalrode deux cheveaux met oprolbaar zeilen dak, ooit ontworpen voor de Franse boeren om hun melkbussen te vervoeren, hotste vooruit. Een eerlijker vorm van luchtvervuiling was niet uitgevonden. Het was meer een groot uitgevallen solex, op vier in plaats van twee wielen.
Ze draaiden de Conservatoriumlaan in en zaten even later op de driebaans Dodenweg naar Breda. Er werden flesjes aangereikt. ‘Is er een weg van Antwerpen naar Leuven of moeten we over Brussel?’
‘Die is er.’
‘Hier,’ zei Stef Hoosbeek tegen Coen Dauma, ‘stop deze cassette erin. We luisteren straks wel naar een Franse zender. Dit is alvast iets.’
‘Du passe faisons table rase, Foules, esclaves, debout, debout, We maken korte metten met het verleden! Dwazen, slaven, wordt nou eindelijk eens wakker!’ zong een sopraan.
‘Prachtig,’ zei Fedde, ‘maar mag het wat zachter?’
‘C'est la lutte finale Groupons-nous, et demain L'Internationale Sera le genre humain! Dit wordt de grote slag, We zijn één, laten we drinken, want morgen! Is de dag dat de Internationale ons zal samenklinken!’
‘Kan het niet sneller?’ vroeg Aulman. ‘We zijn daar nodig.’
Fedde kreeg het gaspedaal niet dieper ingedrukt. Zonder passagiers en met wind mee haalde het vehikel 105 kilometer. Vandaag was 95 het maximum. De auto was ook niet bedoeld voor vier passagiers maar voor een schaap of vat wijn van 50 liter en twee boeren. Of een boer met twee melkkannen.
‘Moeten we niet zoveel mogelijk benzine inslaan? In Parijs is geen druppel meer te vinden.’
‘Ja, misschien zijn de Franse pompbedienden in staking gegaan, net als de vuilnismannen.’
‘Le monde va changer de base, Nous ne sommes rien, soyons tout! De wereld gaat grondig veranderen, Wij zijn niet langer afgeschreven, Ze zullen voor ons beven!’
Ze zongen allemaal het refrein mee. ‘C'est la lutte finale Groupons-nous, et demain L'Internationale Sera le genre humain!’
‘Dadelijk de Grote Steenweg op,’ zei Hoosbeek opeens toen ze over de rondweg om Antwerpen reden. ‘Richting Lier en Mechelen.’
‘Mechelen?’
‘We halen in Leuven onze kameraden Ludo, Camiel en Hugo op. Ze rijden met ons mee.’
‘Kunnen we niet beter via Brussel rijden?’ vroeg Dauma.
Alle wielen zaten er nog aan toen ze tegen zevenen het mooie, het historische Leuven binnenreden. Dit was de stad waar twee jaar geleden, om precies te zijn op de avond van 14 mei, de revolutie uitbrak en de studenten slag leverden met de politie. De Nederlandstalige studenten wilden dat er aan de universiteit voortaan in het Nederlands college gegeven werd, niet in het Frans. Weg met het Frans. De Franstaligen moesten hun eigen afdeling maar oprichten, ergens in Wallonië of zo. Of anders diende de universiteit gesplitst te worden in een Nederlands- en Franstalige afdeling. Maar de bisschoppen gingen er niet mee akkoord. De universiteit, dit katholiek bolwerk, diende net als God één en ondeelbaar te blijven. Bestonden ze eigenlijk nog wel, bisschoppen? Waar bemoeiden ze zich mee. Waarom gingen ze bij hun ouwelui niet een kop koffie drinken en daarna op tijd naar bed? De studenten gingen de straat op en werden gewoontegetrouw door de politie afgetuigd en met waterkanonnen bespoten. Fantastisch. Die werkte alvast mee, de politie. Er werd een staking afgekondigd, universiteitslokalen werden bezet, er werd geëist dat de universiteit gedemocratiseerd werd en de studenten medezeggenschap kregen. Een student, en wel Ludo, die ze nu met nog enkele anderen ophaalden, kreeg zelfs een schrijfverbod opgelegd van de vice-rector van de universiteit omdat hij een seksnummer had laten verschijnen van het studentenblad Ons Leven.
Stef Hoosbeek wist hoe ze de Bontgenotenlaan konden bereiken en gaf aanwijzingen, maar ze verdwaalden en reden door de Kapucijnenvoer en Minderbroedersstraat om uit te komen in de Schapenstraat. Vijf minuten later arriveerden ze toch op het goede adres. Fedde claxonneerde en trapte het gaspedaal in, liet de deux cheveaux brullen om de haast aan te geven die ze hadden. Nog eens vijf minuten later reden ze achter Ludo’s Renault de stad uit, richting Mons. Volgens Jean die bij hen was ingestapt, Coen Dauma zat inmiddels in de Renault, werd er onbeschrijfelijk hard gevochten in de Franse hoofdstad. Het was oorlog in het Quartier Latin, studenten braken het wegdek van de Boulevard St Germaine open en bestookten de C.R.S., de republikeinse veiligheidstroepen, met straatstenen terwijl de uit alle hoeken en gaten opgetrommelde politie-eenheden hen te lijf gingen met knuppels, karabijnen, traangasgranaten en waterkanonnen. Straatafval, omgegooide personenauto’s en autobussen werden in brand gestoken, winkeletalages ingeslagen, ‘C.R.S., S.S.’ werd er gescandeerd. Volgens de laatste radioberichten verplaatste het zwaartepunt van de gevechten zich nu naar het Gare de Montparnasse. De ambulances konden de gewonden achter de puinhopen niet bereiken. Dat was, zei Jean, wat hem nog het meest aangreep toen hij naar de radio luisterde: dat geluid van sirenes temidden van knallen en geschreeuw.
Fedde voelde zich vanbinnen koud worden bij het aanhoren van het relaas. Hij wilde in Parijs zijn, de ziekenhuizen doorzoeken, de Sorbonne uitkammen. Hij had er geen behoefte aan er getuige van te zijn dat studenten stenen uit de straat wrikten, barricaden opwierpen van gekantelde auto’s, werden neergeknuppeld en onder de voet gelopen door zwaargewapende, speciale politie-eenheden en per ambulance met bloedende hoofden en gebroken armen werden afgevoerd.
Het onderwerp van gesprek in de auto werd Cohn-Bendit, een student uit Nanterre die vanwege zijn rode haar Rooie Danny werd genoemd. Hij had de leiding van het studentenverzet in Parijs op zich genomen, werd Fedde duidelijk. De onvrede had het eerst de kop opgestoken aan de faculteit in Nanterre, een voorstadje van Parijs, en de oorlog in Vietnam speelde daarbij een hoofdrol. De Beweging van de 22ste Maart zoals de studenten die in verzet gekomen waren zich noemden en door Cohn-Bendit geleid werden, was ontstaan uit een groep die aktie voerde voor vrede in Vietnam.
‘Wij zijn met hem gaan praten,’ zei Jean, ‘en zeiden dat hij de Sorbonne moest bezetten. Zoals wij de universiteit in Leuven bezet hebben. “Bezetten?” vroeg hij. Ja, de universiteit is van ons, studenten. Jij wilt democratie op de universiteit: bezet de belangrijkste gebouwen en lokalen! Hij ging akkoord. “Studenten moeten net zolang protesteren en provoceren tot de autoriteiten en bestuurders in de tegenaanval gaan. Dan maken ze fouten. En dan krijgen de studenten aanhang en ontstaat er een opstand.” “Denk je?” vroeg hij.’
‘Fouten laten maken,’ zei Stef Hoosbeek. ‘Dat werkt altijd. Net zolang druk uitoefenen en provoceren tot ze uit hun rol vallen.’
‘Er zijn vandaag al 400 gewonden gevallen en de schade is enorm,’ ging Jean verder. ‘Missschien zijn sommigen levenslang verminkt.’
Fedde verstijfde.
‘Dit is een botsing van krachten,’ zei Jean. ‘We moesten ze uit hun tent lokken om te laten zien dat ze onze vijanden zijn. Het hele Franse volk weet nu wie zijn vijanden zijn. Dat kan niet zonder strijd.’
‘Maar Cohn-Bendit bezette toch ook in Nanterre al gebouwen.’
‘Wij deden het eerder, twee jaar geleden al. En het werkt geweldig. De autoriteiten weten niet wat ze er tegenover moeten stellen. De politie er op af sturen? Het leger? Dat willen ze niet. Universiteitsbestuurders zijn intellectuelen. Welke intellectueel wil met een karabijn en handgranaten studenten uit de universiteit jagen? Wij gingen de professorenkamers binnen en zeiden: “Dit gebouw en deze kamer zijn algemeen bezit en hebben een andere bestemming gekregen. Privévertrekken kennen we hier niet meer. Er is geen verschil meer tussen student, faculteitsvoorzitter en schoonmaakster. Vanmiddag vindt in dit lokaal een vergadering plaats, vraagt u maar aan het revolutionair comité welke ruimte u vanmiddag kunt gebruiken, waar u in uw boekjes kunt gaan zitten snuffelen en statistiekjes opstellen.” Zo ging het in Leuven, en zo ging het de 22ste maart in Nanterre. “Bezetten!” zeiden wij tegen Cohn-Bendit. Hij deed het. Iedereen was verbijsterd. Daardoor is hij nu de leider en spreekbuis. Hij vertegenwoordigt de naamloze student op de barricades. Is het niet prachtig dat een Duitser en Jood de studentenopstand in Parijs leidt. De revolutie is internationaal, breekt uit over de hele wereld. Ik zeg je dat de wereld over een maand anders is. Het imperialistisch kapitalisme schudt op haar grondvesten en stort in.’
‘Precies,’ zei Stef Hoosbeek. ‘Luister. Daar komt ie.’ Hij draaide aan de knop van zijn radio. ‘Debout, les damnés de la terre Debout,’ klonk het loeihard, ‘les forçats de la faim! La raison tonne en son cratère C'est l'éruption de la fin... Sta op, verschoppelingen van de aarde, Hongerlijers, sta zij aan zij, We pikken het niet langer, Vanaf nu is het voorbij.’
In Frankrijk noemden ze een lelijke eend een 2CV. Dat betekende Deux Cheveaux Vapeur, twee stoompaarden. In België heette een Deux Cheveaux een geit.
‘Vrienden, moet dat in het Frans?’ vroeg Jean. ‘Hebben jullie dat niet in ons Nederlands. Of voor mijn part in het Duits, of Spaans. Alles is beter.’
‘Ontwaak! veworrepene deâh Aahde Ontwaak! vedoem in hongren sfeâh Reidlijk wille straum auvâh de Aahde en die straum rès al meâh en meâh.’
‘Wat is dat? IJsbergs? Laplands?’
‘Haags. Zuiver Haags.’
Mons lag inmiddels achter hen en ze kwamen bij de Belgisch-Franse grens. Er was geen douane te zien. Volstrekte rust. Bizarre leegte. Ludo stapte uit en leunde tegen het autodak. Stef Hoosbeek stak zijn hoofd door het geopende portierraam van de Renault en begon te zingen. ‘Allons enfants de la Patrie, le jour de gloire est arrivé Contre nous de la tyrannie L'étendard sanglant est levé.’
In de deur van een nauwelijks verlicht gebouwtje verscheen een douanier zonder pet, glas drank in de hand. Hij viel toen hij gebaarde dat ze door konden rijden, bijna om, zijn lijf struikelde achter zijn armgebaar aan. Uit het duister schuin opzij naderde een andere douanier, bezig zijn gulp dicht te knopen. ‘Gaan jullie naar Parijs? Ik wou dat ik meekon. Wij staan achter jullie. Wat? Jullie komen uit Denemarken? Oh, ligt dat in Holland. Kijk uit, want er zitten moordenaars tussen de elite-troepen. Legionnairs. Jij daar,’ hij richtte zich tot Stef Hoosbeek die opnieuw een couplet van de Marseillaise inzette, ‘jij gaat beter eerst even langs de kapper. Of laat je kameraden de schaar in je manen zetten. Types als jij mogen ze graag gebruiken als stormpaal, of paspop, als je snapt wat ik bedoel.’
Ludo ging weer achter het stuur zitten. Hij zwaaide naar de douaniers. ‘Allez mannen, we brengen jullie groeten over aan Rooie Danny.’
‘Prachtig,’ zei hij even later. ‘De trouwste burgers hebben zich tegen het staatsgezag gekeerd. Alles staat op zijn kop. Frankrijk is niet meer. De wereld is niet meer. Er is iets geboren dat we nog niet kennen. Wat fantastisch.’
Een paar honderd meter verder ontwaarden ze lifters langs de kant van de weg. Studenten op weg naar Parijs. Er was geen ruimte in de auto’s. Toen Fedde vaart minderde om ze iets te vragen, sprong een van hen achter op de Eend. Fedde gaf gas, en toen hij in de spiegel keek, zag hij dat de achterbumper onder de lifter op de weg lag.
Het licht van de koplampen viel weg.
‘Gas geven!’ zei Jean. ‘Als we onze kameraden daarvoor kwijtraken, vinden we ze nooit meer terug.’
Fedde trapte het gaspedaal in en begon aan de achtervolging. Toen hij de rode lichten van de Renault had ingehaald, volgde hij die en beide auto’s stopten bij een benzinestation.
KutBinnenlanders.nl werft aan ! 3 2

Kijk: dat KutBinnenlanders.nl één van de geweldigste en leukste websites van het hele internet is, daar hoeven we u uiteraard niet meer van te overtuigen. Maar voor de mensen onder u die stiekem dromen van hun gezicht onder het 'bloggers' menu item te zien, tussen Bandirah en Bianca in; Voor de mensen die eens op een redactievergadering willen proberen sneller te drinken, te roken of te moppentappen dan De Opperpater; Voor hen die fanfictie van de Fötze Inländer hebben liggen of die literaire meesterwerken van eigen hand miskend en ongepubliceerd zien bij literaire bladeren; Voor zij die graag eens een sportrubriek of een reeks recepten hier willen beginnen; En feitelijk voor alle anderen ook...
KutBinnenlanders.nl werft altijd aan !
Wij zoeken...
- KLETSMAJOORS (m/v)
Spring jij 's ochtends vroeg meteen fris in je kletskousen om je enthousiast aan het ontbijt te verlustigen aan je versgemaakte kletskoek ? Schiet jij dan zelfverzekerd je grapjas met bijpassende grollenvanger aan, of met je klapmuts en mooie rubberen graplaarzen ? Heb je een grote collectie brieven van je kletstante aan je bris hangen ? Salueer je nog even de Grote Babbelaar alvorens je je kranig door je dag heen kwebbelt ? En lééf jij voor klassineren ? Blijf dan niet loos leuteren met je langtong maar klim in de digitale pen en rapporteer vanaf nu aan ons !
Majorettes uiteraard ook welkom ! Dus werp ons gerust eens een baton, dan kunnen we daar verder over pirrouetten.
- LARIEMOEREN (m/v)
Is uw kleine Larie inmiddels toch alweer een tijd het huis uit, en voelt het huis langzaamaan erg leeg ? Zou u eigenlijk best graag weer een lieve nieuwe kleine Larie hebben, om voor te zorgen, te knuffelen, of desnoods eens goed de waarheid te vertellen als-ie niet zo braaf is ? Spelen echt al uw Lariemoersgevoelens bij het lezen van deze tekst op ? Openbaar ze dan aan ons !
- PRAATJESMAKERS (m/v)
Heb jij nog het oude vakmanschap in de vingers of ben jij rechtstreeks bij Brugman in de leer geweest ? Hoor jij het meermalen per dag donderen in Keuvelen ? Beet jij in de wieg al in de rabbelaar, ben jij een prater in hart en nieren en heb je een gezonde klap van de klepmolen gehad ? Mis jij het eergevoel van de ware klappei en ben jij niet vies van een paar kletsmeiers ? En zit jij dagelijks om een natte voet, of klim jij regelmatig achter een ton voor een goed potje saauwelen ? En hoop je als onderschrift op je grafsteen te mogen krijgen: 'Trotse Tetoor' ? Grijp dan je labbei en je kwalie, en flap het eruit !
Interesse ? Klik bovenin deze pagina op 'stuur ons een e-mail' en wie weet pronkt jouw bijdrage binnenkort wel trots op deze pagina's !
Kort 3 1

Mocht u deze bekend voorkomen, dan hebt u een goed geheugen. Dit stukje eindigt met die woorden. Ik kwam ze toevallig in de archieven tegen en vond het zinnetje toch te schoon om niet aan de KutBinnenlanders Douchemuur-of-Fame te plakken.
Ijs 3 4

Fragment uit een work in progress verhaal van René van Densen, dat mogelijk nooit af gaat komen, hem kennende. Kan dus geen kwaad om hier een stukje van te publiceren.
Lisa staarde naar haar glas Bailey's: ze probeerde het ijs te zien smelten. Wel een minuut bleef ze kijken, maar zelfs geen langs de ijsblokjes aflopende kleine druppel smeltvocht werd ze gewaar. Ze zuchtte. Er was niemand in het café vanavond. Ze wist zelf eigenlijk niet meer waarom ze zonodig uit wou gaan. Het was haar immers welbekend dat op deze avond in de week altijd het café zo goed als verlaten was.
Ja, er was de knappe barjongen. Maar die was homo. Dat had ze bij de eerste keer dat ze hem zag net op tijd door. Iets later en ze had zich mogelijk voor schut gezet. Maar dan ook écht vre-se-lijk voor schut, niet normaal. Stel je voor dat ze met hem had proberen te flirten, en er dan achter was gekomen - om door de grond te zakken zo gênant zou dat geweest zijn.
Verder waren er daarstraks wat gepensioneerden aan het biljarten geweest, maar die hadden ook hun slaapmutsjes al gedronken en de route naar huis weer opgezocht. Nu zat er enkel nog één man. Aan het andere uiteinde van de bar. Lisa keek onopvallend naar hem. Hij keek echter niet naar håår. (meer)
Ze keek weer naar haar Bailey's en kantelde het glas een klein beetje. Vervolgens kantelde ze het de andere kant op. Het ijs draaide zachtjes mee in de romige substantie. Ze moedigde subtiel de beweging aan met nog enkele tiltingen, en zette vervolgens het glas verveeld terug op de bar. Het ijs draaide nog een beetje rond maar begon al af te remmen. Vanuit haar ooghoek bekeek ze de man eens wat beter. Hij was niet mooi maar ook niet lelijk. Geen slechte kont. Hij was wel wat oud. En hij leek een sombere inborst te hebben. Iets stond haar tegen aan deze man.
Hij zat zachtjes in een soort zakboekje te schrijven. De pen in zijn hand wiegelde heen en weer. Ze zag geen trouwring. Haar ogen dwaalden terug naar het ijs in haar glas. In scherpe, grillige lijnen kleurden wit, zwart en zachtlichtbruin het ijs in, zoals alleen ijs ingekleurd kan worden. De poëtische lijnvoering in het bevroren water interesseerde haar echter geen fluit. Waaróm was ze uitgegaan ? Een gevoel van rusteloosheid had haar overvallen in haar appartement. Alles was zo stil, zo rustig; zo eenzaam. Ze had rillingen op haar rug gekregen en resoluut haar jas gepakt. Pas in het café had ze zich bedacht welke weekdag het was.
De balpen van de man maakte een kriebelig geluid op het papier. Het geluid begon haar te ergeren. Het moest toch wel verdomd interessant zijn, wat hij daar zo schreef. Hij had immers helemaal geen oog voor håår. Niet dat ze echt op hem lette, en al helemaal niet dat ze op zijn aandacht zat te wachten, natuurlijk. Hij zag eruit als een engerd, hoe meer ze erover nadacht. Maar dat geschrijf, dat voelde onbeschoft. Ze keek doelbewust recht voor zich uit en schraapte zeer zachtjes haar keel. Het gekrabbel stopte. Ze kon zich vergissen, maar volgens haar keek hij even naar haar. En terecht. Lisa was een schóónheid; daar moest naar gekeken worden. En zoniet, dan moest op dat papier toch op z'n minst een gedicht vol liefde en verering van haar persoon staan. Iets anders was gewoon een groffe belediging.
Ze negeerde de man. Dat was altijd de makkelijkste manier om de aandacht van een man te krijgen: hem negeren. Leer haar de mannen kennen. Ze zijn allemaal hetzelfde. En als er toch niets te beleven was vanavond, zou ze op z'n minst zijn aandacht hebben verdomme. Niet om met hem te praten, want hij kon de pot op, die engerd. Maar het hóórde gewoon zo.
Er klonk weer gekrabbel en Lisa voelde een licht geïrriteerde frons in haar voorhoofd. De brutaliteit ! Zit die gek nu doodleuk dóór te schrijven ?? Ze schraapte iets scherper haar keel en zette zo elegant mogelijk het glas aan haar lippen voor een miniem slokje. Nog niets. Inwendig gromde ze. Tijd voor een paardenmiddel. Stilletjes begon ze met de muziek mee te zingen. Een beetje dromerige, maar zorgvuldig uitgekiende klank. Niet te opvallend, maar net luid genoeg dat de ploert aan de bar het zou moeten horen.
Het gekrabbel was abrubt stilgevallen, en zo hoorde het ook.
Ze sloot de ogen en luisterde naar de muziek. De tonen resoneerden in haar lichaam, en ze voelde de zin om te dansen. Het dansvloerlicht over haar lichaam te laten strelen. Ze liep langzaam de dansvloer op. Sierlijk en langzaam zwiepte ze haar lichaam. Oerdriften gierden door haar aderen, en beheerst en kalm zwaaide ze met haar heupen. Het discolicht kroop over haar strakke jeans, streelde haar billen, en dwarrelde omlaag over haar benen. Rustig zette ze de ene voet voor de andere, zwaaide met haar weelderige haren, waar het licht met gretige vingers doorheen streek. Sloom rezen als automatisch haar armen in de hoogte en draaide ze, de ogen nog altijd gesloten, rond op de muziek - alles golfde, het geluid, het licht, haar wulpse haarbos, de hele wereld golfde.
Ze opende de ogen en zat nog altijd op haar kruk. Het ijs wou nog altijd maar niet smelten. Wel klonk er nog altijd geen gekrabbel. Hij zat nu stilletjes te drinken en naar haar te kijken, ze voelde het. En het boekje was waarschijnlijk zelfs gesloten.
De knappe barjongen liep voorbij en ze liet even haar blik over dat goddellijke lichaam dwalen. Wat moest het heerlijk zijn om daar in het ochtendlicht haar vingers over te laten dwalen. Ze vroeg zich onwillekeurig af of hij wel of geen borsthaar had. Het strakke shirt gaf niet genoeg aanwijzingen om er zeker van te zijn. Ze nam een slok van haar Bailey's.
De barjongen kwam terug en boog zich over de bar naar haar. Haar ogen werden even groter van verbazing, en haar hart sloeg even iets sneller. Of ze iets wou drinken van die man daar, vroeg de barjongen. Ze fronste. Wachtte een paar seconden. Expres. Draaide toen heel rustig en kil haar hoofd naar de man. Met een minachtende blik keek ze hem aan. Ze draaide terug naar de barjongen en schudde resoluut neen. De barjongen knikte, haalde zijn schouders lichtjes op en liep terug naar de man. Geërgerd keek ze naar haar glas, dronk het toen in één teug leeg. Stond op van haar kruk. Pakte haar sjaal en sloeg die om haar nek. Langzaam. Ze zwiepte haar kapsel vrij en over de das heen. Met een demonstratief wijde zwaai trok ze haar jas aan, stak haar kin in de hoogte, en draaide zich naar de deur. Met rasse schreden en klakkende hielen stapte ze het café uit, de buitenlucht in.
De straten waren verlaten, het was enkel zijzelf en het lantarenlicht. Lisa haalde een teug frisse lucht haar neus in en glimlachte. Toen stapte ze klakkend de straat uit, zachtjes neuriënd. Ze kon niet wachten om weer lekker thuis in haar lege appartement te zijn.
Echt gelezen 5 3

Werkeloosheid. Het demotiveert, zeker in een lange periode. De dagen smelten in elkaar over, worden ellenlang. Je twijfelt doorlopend welke weekdag het eigenlijk is, of je je niet vergist. Lusteloos klik je sollicitaties aan waar je meestal niet eens reacties op krijgt, en anders weer een email voor op de 'helaas' stapel. En je gaat naar gesprekken met begeleiders die je door dit proces moeten loodsen en terug de arbeidsmarkt op, alsof er paarden genoeg vrij zijn op de crisistijd-mallemolen.
En zo vind je jezelf terug, in een wachtkamer, met een hoofd vol zwarte gedachten. Je bladert wat foldertjes door om je hoofd er vanaf te zetten. En dan kom je één klein stukje getuigenis tegen in een foldertje over de grafische en textiel-sector. En plots, plots, is daar toch even een glimlach, en schijnt de zon weer buiten.
'Vroeger was ik schoonmaakster, maar ik zocht een job die minder belastend was voor mijn rug. Daarom koos ik voor de opleiding strijkster. Ik heb altijd al liever gestreken dan schoongemaakt, maar ik wist niet dat deze opleiding bestond. Zo heb ik ook eerst de cursus schoonmaken gevolgd, uit pure onwetendheid.
Strijken heb ik altijd interessant gevonden, dus dit was voor mij zeker een positieve ervaring.'
Artikel voor GentBlogt.be (12) 1 5
Een nieuwe week, een nieuw stukje voor GentBlogt over jullie, noorderbuurtjes. Hier de GentBlogtversie, zoals gebruikelijk.
Een Nederbelg burgert in: Politiek

Terwijl u dit leest, gaat Nederland al de hele dag naar de stembus. Niet voor een fonkelnieuwe landelijke regering, zó efficiënt zijn we ook weer niet. De landelijke verkiezingen laten nog een paar maandjes op zich wachten, maar overheersen nu al merkbaar de huidige verkiezingen: die van de gemeenteraden. Gezien de GentBlogt-reeks over de internet-aanwezigheid van de dames en heren politici hier, een voor de hand liggend onderwerp om over te schrijven. Wel een waar ik moeite mee heb. Schoenmaker, blijf bij je leest zegt het wijze spreekwoord, en politiek is mijn leest niet. Maatschappelijk betrokken ben ik wél (zoals u inmiddels waarschijnlijk wel door hebt) maar de politieke praktijk heeft nooit mijn aandacht fatsoenlijk te pakken kunnen krijgen.
Wel ben ik tot op heden altijd een trouwe stemmer geweest. Dat is iets bijzonderder dan het klinkt, want Nederland heeft geen stemplicht, maar een stemrecht. De gang naar de stembus heb ik voor vrijwel alle verkiezingen gemaakt, onder het mom van 'als je niet stemt, moet je achteraf ook niet klagen over de uitkomst'. En hoewel ik hier in België als voornaamste argument voor de stemplicht hoor dat anders wellicht niemand gaat stemmen, is de opkomst bij de meeste verkiezingen van uw noorderburen vrij hoog ( Hier iets meer info). Verwacht wordt ditmaal echter dat het stemrecht zich gaat laten gelden: minder dan de helft van de stemgerechtigden wordt dit keer verwacht op te dagen. En hoewel er nog geen gegevens van bekend zijn, zal de landelijke verkiezing later dit jaar mogelijk op dezelfde desinteresse mogen rekenen. (meer)
Ook ikzelf voel inmiddels, na vier kabinetten Balkenende in wat, negen jaar tijd, het cynisme tot diep in mijn ziel. En als ons aller JP - die vast een heel toffe peer is als je 'm beter leert kennen enzovoorts - nog een vijfde kans krijgt om de boel te verkloten, is dat cynisme bewaarwoord. De reeks kabinetten die Nederland, ondanks wisselende stemuitslagen in vrij stabiele uitkomst qua gezichten van de spelers, het afgelopen decenniumpje heeft zien passeren, heeft een zeer duidelijk 'fuck you' naar de stemmende burger uitgesproken; voor, na, en in zekere zin zelfs tijdens de vele verkiezingen. Het is gemakkelijk te denken dat het niets meer uitmaakt en er toch niet meer geluisterd wordt naar de burger van deze democratie, en dat gevoel lijkt me ook moeilijk te weerleggen. Ook voor de aankomende lands-, maar ook de gemeenteraadsverkiezingen (allee, in Tilburg dan toch, waar ik overigens ook nog woon - lang verhaal - en dus mag stemmen) staan dezelfde spelers weer in de coulissen, op hooguit nog enkele verloren 'goeien' na, en de lust om op die carrièrebeluste failers nog mijn stem uit te brengen, ontbreekt me volledig.
Ik denk eerlijk gezegd, aangezien eenzelfde gevoel hier in België ook heerst, dat dit toch een teken is dat het huidige partijsysteem zijn beste tijd heeft gehad. De burger is gewoon, niet in de laatste plaats dankzij het internet, zich over allerlei kwesties direct uit te kunnen spreken (polls, reacties op blogs, etc) maar de regeringen worden nog steeds georganiseerd in partijen en semi-arbitrair in het pluche geschoven frontmannen, die dan al dan niet vrolijk toch hun eigen plan trekken in de besluitvorming. Er wordt al voorzichtig geëxperimenteerd met volksraadpleging cq referenda, maar zolang dat nog mondjesmaats gaat (en over abstracte onderwerpen als Europese Grondwetten) verbetert dat niet de kloof tussen burger en politiek.
Ik ben zelf een groot voorstander van het publieke debat. Wat mij betreft de hoofdreden voor vrijheid van meningsuiting: laat iedere burger maar zijn zegje doen. Je ontwijkt er een 'zij tegen mij' gevoel mee, je creëert een grotere betrokkenheid bij de maatschappij (wat in Nederland hard ontbreekt tegenwoordig, met de veel verder geïndividualiseerde samenleving dan alhier) tot zelfs de spreekwoordelijke koffieautomaatgesprekken toe, en velen weten meer dan een handvol 'experts', uiteindelijk. Natuurlijk schuilt het gevaar van populisme in deze opvatting, maar zoals ik gisteren op café (waar immers alle wereldproblemen tussen de pinten door opgelost worden) opmerkte: geef het totale volk inspraak voor zeg, éénderde; deel die eenderde door de totale populatie en verminder de inspraak met de uiteindelijke opkomst. Oftewel, als enkel een populistische minderheid op een onderwerp stemt, tel het mee, maar wel voor de minderheidsstem die het is, uiteindelijk. Het zal de niet-stemmers leren de populisten serieus te nemen en toch ook maar te gaan stemmen als tegenwoord, en ongeacht de totale uitslag is het ook geen gehéél bindend oordeel, echter wel eentje waar rekening mee gehouden moet worden. Het partijdenken heeft volgens mij echt zijn langste tijd gehad. Natuurlijk is dit maar een dol kroegidee en zeer zeker geen serieuze directe suggestie tot maatschappelijke hervorming, maar ik proef in beide landen uiteindelijk een behoefte eerder aan directe inspraak op issues dan op wie er in een klein zaaltje mag beslissen - laat staan enkel welke kleurtjes er bij elkaar zitten. Ik kan het mis hebben.
Maar het publieke debat, toch volgens mij de hoofdvoorwaarde van een vrije democratie, is volgens mij toch - vooral bij uw noorderbuurtjes - verslapt tot borrelmeningen enerzijds en solipsistische, wereldvreemde besluitneming anderzijds. Men heeft niet meer het gevoel dat 'de politiek luistert', en dat kan gevaarlijk broeien in een volk. Als een zogenaamd veenbrandje, zogezegd. Daarom spitste ik ook de oren toen ik op Urgent eerder die avond een aankondiging hoorde van het nieuwste boek van Rik 'bekende professor uit De Slimste Mens' Torfs, Wie gaat er dan de wereld redden?. Vanavond in Epsilon vanaf 20:00 uur. Met de door hem uitgesproken hoop dat er over alles gediscussiëerd kan gaan worden. Ik heb het alvast in dikke zwarte letters op mijn kalender staan en ga er zeer zeker heen. Ik hoop mijn lezers daar ook te kunnen horen; maar sowieso staan de reactievelden onder dit stuk als vanouds open voor eenieder die zijn eigen oorzaken en oplossingen wil aandragen voor politieke ontgoocheling. Tijd om u te laten horen, dat dunkt me dan wel dat het is.
Huiswerk ! Ach kom, dat schreef ik reeds: hoe ziet u de oorzaak van politieke ontgoocheling en wat kunnen we eraan doen ?
5 Dingen 4 5
Het blijft een beetje kwakkelen op deze website met de vrijdag. Met het afronden van de Probeersel boeken viel de vaste vrijdagrubriek weg. Thomas Maarten van der Zwan vulde enkele weken op een rij trouw de boel in met fraaie stukjes, maar die bron is nu ook tijdelijk opgedroogd, naar het schijnt. Onze hoofdredacteur stelde voor om deze vrijdag dan maar 'iets te doen'. We hebben het geweten. Resultaat hieronder. Om alvast in de paasstemming te komen, denken we dan maar.
Artikel voor GentBlogt.be (11) 2 3
Bla bla bla GentBlogt bla bla doorplaatsinkje bla bla linkje. Ze hebben trouwens op het moment van schrijven het plaatje vooralsnog er niet bij geplaatst (dat kan ik niet zelf, in hun systeem) dus de hele openingszin slaat als een lul op een trommel nu. Hopelijk fiksen ze dat spoedig !
Een Nederbelg burgert in: Nederwiedewiedewiet
 Het Frans-Nederlandse visuele woordgrapje even daargelaten ( huit, U had 'm toch hopelijk wel ?), Holland staat in heel de wereld natuurlijk vooral bekend om drugs en prostitutie. Daar hoef je Pulp Fiction niet voor gezien te hebben. En aangezien ik het kenmerkende kruidige rookgeurtje ook hier in Gent regelmatig her en der op straat oppik, weet u dat ook. Maar het kan geen kwaad het gedoogbeleid eens onder de loep te leggen, zeker gezien bijna-kwaadaardige pogingen van sommige Nederlandse grensgemeenten om u volledig anders voor te lichten.
België heeft sinds 2005 een gedoogbeleid (tot drie gram op uw persoon mag, hoe u daaraan gekomen bent, dat mag dan vermoedeijk weer niét), Nederland had zoals bekend het idee 'gedogen loopt minder uit de hand dan verbieden' eerder geadopteerd, vanaf pakweg de jaren zeventig. In beginsel is alle drugs bij wet verboden, maar softdrugs vallen - goeddeels - binnen een regulering. De regulering komt tot uiting door softdrugsverkoop - en dan vooral hash en wiet - toe te staan in de speciale coffeeshops - de welbekende kleine cafeetjes met speciale gemeentelijke vergunning hiervoor. Dat gaat ook niet zó maar: je moet 18 jaar zijn, en dat dus ook per legitimatie kunnen aantonen. Er mag per klant maar totaal 5 gram per dag verkocht worden, en dat is ook wat je vrijwel ten aller tijden op je persoon, voor eigen gebruik, mag dragen in Nederland. Vrijwel nergens vindt u een coffeeshop met alcoholvergunning, over de combinatie van de twee peinzen de meeste vergunningverstrekkende gemeentes niet eens. De shops mogen zelf niet meer dan 500 gram in huis hebben, en het hypocrietste van het gedoogbeleid is nog wel dat ze zélf geen Tetrahydrocannabinol (THC)-bevattende producten binnen mogen brengen of laten brengen. Ook de wietkweek is verboden. Die spagaat waarin het o zo beroemde gedoogbeleid zit, zorgt al decennia voor verwarring, onuitlegbare situaties en politiek misbruik. (meer)
Met name onder het kersvers demissionair kabinet was drugs een heikel punt. Net als de gezondheidszorg en het rookverbod was er veel politieke turbulentie op het onderwerp. Zorgvuldige campagnes werden gelanceerd over onbewezen gevaren van marihuana, griezelberichten verschenen in de kranten over thuiskwekers die huizen doen afbranden of de energierekeningen van hun buren torenhoog opdreven door aftappen. Ook op gemeentelijk niveau was het raak, zo was onder andere de voormalige Tilburgse burgemeester Ruud Vreeman triestig two faced bezig met enerzijds Maastricht naäpen via een verzoek voor legalisering van wietteelt via gemeentelijke kweek, anderzijds werden thuiskwekers keihard op straat gegooid en greep hij doorlopend naar de zgn Bibop-wet (een wet bedoeld om witwaspraktijken aan te pakken) om cafeetjes met vermoedde of uiterst vergezochtte wietconnecties de deur te doen sluiten. Als er dan in een vooraanstaande disco in het centrum een volledige wietzolder werd aangetroffen echter, kreeg die een kleine tik op de vingers door enkel de deuren te moeten sluiten tijdens Carnaval. Financieel wel een zure streek, maar dat is toch iets anders dan een zaak buiten het centrumgebied volledig dichtsmijten. Overigens floot de rechter in vrijwel alle Bibop-zaken meneer Vreeman weer terug, en bij zijn aftreden vorig jaar slaakten veel café-eigenaren toch wel een opgeluchte zucht.
De wietkweek is op soortgelijke wijze landelijk het criminele circuit ingeduwd. Voorheen kon je nog bij zogenaamde growshops, naast overige benodigdheden, gemakkelijk zaden of zelfs stekjes van jarenlang tot topkwaliteit gekweekte marihuana-planten verkrijgen, maar daar is het meeste al niet meer legaal van beschikbaar. Thuiskwekers - een door het hypocriete beleid lucratieve nevenactiviteit voor veel verder reguliere burgers die toevallig wat ruimte op zolder over hebben - riskeren tot tien jaar op de zwarte lijst voor huishuur te komen en dus effectief tot tien jaar dakloos zwerven veroordeeld te worden, inclusief stopzetting van uitkeringen etcetera. De grote jongens daarentegen zijn vrijwel niet te pakken en krijgen dus in razend tempo het totale spel in handen. Stap voor stap verliest de overheid met haar bokkensprongerige pogingen van het huidige beleid af te komen, de grip op het drugsprobleem, met mogelijk alle escalerende gevolgen van dien.
Maar waar toch het hardst uw broek van mag afzakken, is het eerder genoemde rookbeleid. Want, ja, u voelt het wellicht aankomen, dat geldt dus ook in een coffeeshop. Als er geen personeelloze ruimte is, mag er geen tabak gerookt worden. De wiet of hash zélf, die is nog altijd volstrekt legaal om te roken, maar die mag u dan dus púúr roken en anders niet, strikt gezien. Een daarop snel toenemende reactie is het verschijnsel van de tabaksvervangers, dat is bijvoorbeeld een volstrekt legale kruidenmelange zonder nicotine, die je wél mag roken. Op zich interessant, ook voor de verstokt rokende caféganger, hoewel het natuurlijk volstrekt niet hetzelfde is en alle rabiate anti-rokers dan alsnog in de blauwe rook zitten, maar zonder dollen uiteindelijk natuurlijk te zot voor woorden. Gedogen is in Nederland, hoe kan het ook anders zal wellicht de trouwere lezer van deze rubriek denken, onnodig razend ingewikkeld geworden. En ongetwijfeld komen én zijn er nog allerlei andere bizarre doolhofpaden in de kwestie. Van dat soort onzin, daar ga je toch niet bepaald spontaan Het Wilhelmus van zingen.
Voor wie trouwens nog meer over het onderwerp wil lezen, verwijs ik graag o.a. naar deze link. Dank aan V. Smits voor het aanleveren van informatie over het onderwerp waar nodig.
Huiswerk ! Grappig of serieus bedoeld, wat zouden 'ze' van u mogen legaliseren ?
|
|