Schooltje voor journalistiekjes 3 4
Studenten leren niets op het schooltje voor journalistiekjes, schrijfdocenten zijn kleinzerige, bij het lokale sufferdje boventallig verklaarde biljartcorrespondenten, de televisie leraren trokken op een blauwe maandag kabels voor de stadsomroep en op de afdeling radio werken ze nog met bandrecorders. De schoolleiding schrijft je op ‘in een boekje’ als je iets verkeerds zegt en de koffie is niet te zuipen. Er is veel te doen over het schooltje voor journalistiekjes. Oftewel: de Fontys Hogeschool voor Journalistiek in Tilburg. Sinds Bert Brussen de beerput opende, waden we op het internet al een week door de stront van één de slechtste HBO opleidingen in Nederland. Mooi. (meer)
Het is goed om te zien dat er al die jaren niets is veranderd. Ik ben
nu bijna 10 jaar van het schooltje af en mis het nog iedere dag. De
indrukken die ik in de lokalen opdeed, zijn van onschatbare waarde
geweest. Zelden zo’n stel wereldvreemde figuren meegemaakt.
Ethiek
Allereerst de docenten. Dan was er zo’n lieve man, Huub Evers. Die gaf een vak dat ‘ethiek’ heette. Had een student een geweldige scoop gescoord omdat hij Paul de Leeuw op een onbewaakt ogenblik gekke dingen had horen zeggen, dan kreeg die straf. Want hij had zijn perskaart moeten tonen en meneer De Leeuw moeten vragen of hij dat allemaal wel gemeend had. Zo ging dat, bij dat geweldige vak. Of dan was daar de docent taalbeheersing die de spelfouten aan elkaar reeg in zijn tentamens. En een docente sociologie die haar eigen kleren breide en beweerde dat vrouwen in hun eentje de menselijke beschaving hadden vormgegeven. Landbouwwerktuigen? Vrouwen. Antibiotica? Vrouwen. Kernfusie? Vrouwen! O, wat hebben we gelachen met die gekke juf Pruijt.
Myrte Hilkens
Ze waren ook altijd je punten kwijt, dat docentenvolk. Zaten ze daar onzeker in hun kleine hokjes tussen bergen papieren, vroegen ze: ‘heb je het wel ingeleverd?’ Waarop je (natuurlijk) ja zei. De volgende dag verscheen er dan op magische wijze een zes op je lijst verscheen. Zo heb ik heel wat zessen laten verschijnen. Kroeggeld verdiende ik met het doorverkopen van mijn reportages en achtergrondverhalen aan medestudenten.
Ach, de medestudenten. Zo’n Myrte Hilkens. Die was er ook. Een klein, humeurig Limburgs meisje dat haar hele studie bezig was haar g hard te krijgen. Lekker knus protesteren tegen ‘de leiding’ vanuit het hokje van de Studentenraad. Dat was voor boze studenten het summum, een plek in de Studentenraad. Die vergaderden en maakten een krantje. Ze wilden altijd ‘de dialoog aangaan’ met de schoolleiding. Ze hadden hun mond vol over de kwaliteit van het onderwijs, maar volgden nooit lessen omdat ze het te druk hadden met vergaderen.
Zaltbommel
Het is prettig om te zien dat sommige dingen niet veranderen. De leden van de studentenraad kom ik nog weleens tegen. Ze nemen de telefoon op bij de gemeente Zaltbommel. Ze wassen mijn glas in mijn stamkroeg. Eentje schopte het tot accountmanager.
Ho. Sommige mekkerende medestudenten kwamen wel degelijk in journalistiek terecht. Er zit er één bij de teletekstredactie van Omroep Brabant. Een ander schrijft advertorials voor de Maasbode en dan is er nog de absolute hoogvlieger Myrte Hilkens. Zij is bij een treinkrantje een eenmans doodseskader tegen die schan-da-lige uitbuiting van vrouwen in de porno-industrie en mannen in het algemeen. Ze kan tegenwoordig een hele aardige harde g nadoen.
Deze carrières zijn ook weggelegd voor de huidige huilende studentjes van het schooltje voor journalistiekjes. Zolang ze maar op dezelfde voet doorgaan. Sluit je op en kijk niet verder dan de betonnen blokkendoos van FHJ. Blijf lekker veilig binnen, hou je bezig met randverschijnselen als docenten, studiepunten of lessen en het accountmanagerschap van een beplatingshandel ligt in het verschiet.
Eerder verschenen op: www.dejaap.nl
Ko te Let maakt pret (3) 2 5

De grote schrijver Ko te Let pulkte aan zijn reukorgaan. De neuspulk leek op Peerke. Dat gebeurde hem wel vaker, dat Peerke zich aan hem openbaarde. Hij vertoonde zich in van alles onverhoeds aan Ko. In gordijnen, plassen en nu in een grijsgroen snotje. De oren leken niet echt. (meer)
Ko besteedde er geen aandacht aan. Hij had andere besognes. Hij zat ernstig in de piepzak. Ko moest zijn opwachting maken op het vrouwenboekenbal in de Grote Stad. De Grote Stad, hij moest er niets van hebben. Diep van binnen was hij er bang voor. Het bonkige straatplaveisel, de vele pieremachochels en al die Morianen. Ko vond het niets pluis in de Grote Stad. Hij meed de betonnen negorij liefst als de ziekte.
Maar de literatuur vraagt grote offers. Ko moest daar wel acte de présence geven. Hij ademde zwaar uit en hees zich uit zijn grote schrijversstoel. ‘Hup, in de benen’, maande hij zichzelf. Hij schoot in zijn duffelse jas en beende aan, richting het spoorwegemplacement. ‘Wat een weertje’, smiespelde Ko om iets te zeggen te hebben.
In de trein probeerde hij zich voor te stellen dat hij bij moeder voor de haard zat. Het vuur knapperde en zijn moeder stopte sokken. Ko dronk dampende anijsmelk. Hij voelde zich senang tussen de antimakassars. De Grote Stad was ver weg.
Het stalen ros remde af. Ko schrok wakker en riep verschrikt uit: ‘blikskaters!’. Hij was in de Grote Stad aanbeland. Ko controleerde de ketting aan zijn beurs, verstopte zijn horloge in een heuptasje en plaatste zijn identificatiebewijs op zijn lichaam. ‘De schobbejakken en laaielichters krijgen een taaie kluif aan mij’, mompelde Ko onvast toen hij uit de wagon stapte. Hij had zichzelf ingeprent voor drugs op te passen, niet te praten met hasjkikkers en andere negers en onoirbare zaken op straat te negeren. Kortom, onder alle omstandigheden op zijn qui vive te zijn. Ko wilde elk mogelijk akkefietje met de bokkige Grote Stedelingen voor zijn. Daarom fixeerde hij zijn kijkers straks op het bonkige plaveisel.
Ook schuifelde hij zijwaarts als een krab langs de muren. Hij was bang voor een mes in zijn rug. Het gevaar was overal. Ko voelde zich als de spreekwoordelijke snoek op zolder. Bij het vrouwenboekenbal maakt hij drie bieren soldaat. Tussen het drinken door zorgde Ko altijd dat hij een hand op zijn glas hield.
Ko te Let maak pret (1) 4 1

De grote schrijver Ko te Let keek tussen de gordijnen door naar buiten. Er lag een gebutst bierblik op straat. Het irriteerde Ko. Wat was er gebeurd met die warme burenband? Kon niemand de gedeukte conserve opruimen? Het lag bij zijn onderbuurman voor de deur. Het was zijn verantwoordelijkheid. Hij wendde zich af van het raam en zette zich in zijn grote schrijvers stoel. Ko plukte aan zijn wollen trui. Er zat een pluisje op. Het had een vreemde vorm. Een klein bolletje bovenop een grote. Het was net de oermoeder. (meer)
Ko bestudeerde het stukje stof met enige interesse. Terwijl hij naar het vreemd gevormde plukje keek, kreeg hij zin. Zin om in de pen te klimmen. Hij kreeg serieus goesting in een goede pennenvrucht. Hij zuchtte en liet het pluisje los. Hij hoorde een plof. Er was een brief bezorgd. De envelop lag op de mat. Ko bezag het vanuit zijn grote schrijversstoel. Hij was best nieuwsgierig naar wat de posterijen hem hadden gebracht. Misschien wel een telegram van zijn tante uit Nieuw-Zeeland. Of een liefdesverklaring van een voluptueuze poëzieliefhebster. Hij was opgewonden en benieuwd. Maar ook een beetje gespannen.
Hij overdacht de hele situatie zonder zich te verroeren. Vanuit zijn grote schrijversstoel tuurde hij naar de deurmat. ‘D’r is post’, zei zijn moeder zaliger altijd. Zo van een afstand kon hij niets geks aan de post ontdekken. Ko was op zijn qui-vive. In het verleden had hij tot driemaal toe poepenveloppen gehad. De zaak was nooit opgehelderd. Sindsdien was Ko te Let voorzichtig met poststukken. Hij zuchtte en richtte zich op uit zijn stoel. Hij stond een halve minuut roerloos voor de stoel.
Op zijn sokken slofte Ko ten slotte behoedzaam op de envelop af. Hij was roze en zijn naam stond er in sierlijke letters op. De grote schrijver vermoedde dat het een schrijven van aanzienlijke importantie betrof. Hij liep snel met het poststuk naar de grote schrijversstoel. Hij opende de envelop en trok de brief eruit. Het papier rook naar jasmijn. Ko las de brief die begon met ‘geachte auteur’ en kreeg rode konen.
Het was een uitnodiging voor het vrouwenboekenbal.
Dit verhaal is nog niet verteld, beste lezers. Aanstonds meer over deze belevenis. U moet de groeten hebben van de erven van Linda. We wensen u een fijne aswoensdag.
De makers gemakeld 3 2
Hoe zag het leven eruit in het pre-Cultuurmakelaar tijdperk? Ik stel me zo voor dat het culturele landschap vlak en dor was. De maker zwerft solitair door het culturele veld. Uitgemergeld en radeloos. Waar o waar moet hij naartoe met zijn kunst? Contact met zijn soortgenoten heeft hij niet. En treft hij toevallig een andere maker bij de drinkplaats, dan vloeit er bloed. Waarna de gekwetste cultuurmakers zich terugtrekken in hun veilige makersholen. Ja, het waren barre tijden op die gortdroge Tilburgse kunstsavanne. (meer)
Maar dan verschijnt de Cultuurmakelaar aan de horizon. Hij watert de woestenij en zoekt de makers op. Maker voor maker wint hij hun vertrouwen. De Cultuurmakelaar maakt de wilde kunstenaar tam. Door hem te aaien. Door hem te voeren. Al snel eten de meeste makers uit zijn hand. Als de Cultuurmakelaar in het culturele veld verschijnt, zwermen ze binnen de kortste keren om hem heen.
Maar de Cultuurmakelaar heeft een grootser visioen. Hij wil verbinden. Makelen. Niet langer moet de schrijver of schilder eenzaam door het leven. Dat is zielig. De makers moeten optrekken met andere makers.
Helaas zijn ze niet bijster sociaal. Of opmerkzaam. Ze vinden elkaar niet op die weidse kunstsavanne van Tilburg. Ook zijn ze een beetje bang van elkaar. De maker verschanst zich liever in zijn kleine makersburcht. Daarbuiten vindt hij het eng.
Een doorn in het oog voor Bert Mathijssen, zoals de Cultuurmakelaar ook wel wordt genoemd. Hij laat de makers elkaar besnuffelen. Dat kan hij niet alleen. De reusachtige horde makers vraagt veel verzorging. De Cultuurmakelaar maakt een Bureau. Daarin zitten mensen die de Cultuurmakelaar ‘aanstuurt’. Zij verzorgen de makers die nu massaal om het Bureau heen zwerven.
De Cultuurmakelaar formeert een mooie kudde gedresseerde makers. Om ze te beschermen tegen wilde soortgenoten stopt hij ze in een hok. De Cultuurmakelaar is tevreden. De makers vinden het fijn in het hok.
Helaas is niet overal de kunstwei zo vruchtbaar als hier. Op sommige plekken moeten de makers het doen zonder een hoeder. Het is onvoorstelbaar maar in desolate streken met namen als ‘Amsterdam’ of ‘Rotterdam’ is er niemand om ze te makelen. Makers daar vinden er geen beschutting. Ze moeten hun eigen voer opscharrelen. Hun kunst verpietert in de zon.
Het zijn troosteloze oorden waar niets te beleven valt.
Eerder verschenen op TilburgZ
Ko te Let huurt een pet 4 2

De grote schrijver Ko te Let stond aan het fornuis en bakte een ei. Een week ei. Zo had hij zijn eieren het liefst: vochtig en met de dooier intact. ‘Plekeier', noemde zijn moeder zaliger ze. Ze was bij een fataal snoei incident om het leven gekomen. Maar dat ter zijde. Ko tuurde afwezig in de koekenpan. Het wit moest week zijn en het vel van het geel zo dun mogelijk. Maar niet dunner! Dan zou het breken en dat was in Ko's ogen onwenselijk. En ook onsmakelijk. De dooier moest heel blijven. Tot Ko het in zijn mond had, natuurlijk. Dat mocht het kapot gaan. Maar zeker niet eerder. Ko was nogal precies op zijn ei. (meer)
Het ei leek Ko goed. De randjes begonnen om te krullen. Nú moest er snel gehandeld worden. Een werkje voor ‘de vaste en snelle hand', zoals zijn vader zaliger altijd zei. Hij was bij een fataal snoei incident om het leven te komen. Maar dat ter zijde. Onhandig wrikte hij met een spatel onder het ei. Hij manoeuvreerde het stuk keukengereedschap tot precies onder de dooier. En nu oppassen, murmelde Ko. ‘Héél voorzichtig zijn nu', snoof hij. Hij tilde het ei langzaam op. De dooier trilde als een geleipuddinkje. Het vliesje scheurde en een dun stroompje eigeel liep uit de dooier.
‘Godverdegodver!' riep Ko geschrokken uit. Hij was geschokt en woedend. Ondeugdelijk keukengerei had zijn dunne dooier verminkt, concludeerde hij. Zijn maaltje was verpest. Hij kwakte de inhoud van de koekenpan in de pedaalemmer.
Wat nu? Ko wist het niet meer. Hij was zwaar van zijn apropos door het hele gebeuren. Nog een ei bakken, daar had hij geen krum meer voor. Hij kon het zenuwslopende bakproces niet meer opbrengen. Wat als het weer fout ging? Die kans was zeker groter dan nul. En dan zou hij helemaal flink de pee in hebben.
Zijn maag piepte en knorde. De grote schrijver negeerde de interne processen. Want hoewel hij honger had, kon eten hem nu gestolen worden. Hij zette zich in zijn grote schrijversstoel. Ziedend op de anonieme fabriek in Hong Kong die de slechte spatel straffeloos op de markt had gebracht. Met alle gevolgen vandien. Hij dacht er over om een strenge brief te schrijven naar de fabriek. Maar verwierp die gedachte meteen.
Cape Carnaval 2 3
TilburgZ
is een mistroostige plaats op het wereld wijde web. Vol met
gesubsidieerde kunstenmakers en dorpspolitici. Toch is het er nu goed
toeven. Met een nieuwe columnist. Van adel. Zie onder.
‘Bent
u voor of tegen een helikopterhaven? ‘, informeert de stemwijzer. Ik
lees de vraag nog een keer. Het staat er écht. Een helikopterhaven.
Weet u hiervan? De mensen die ik er naar vraag, hebben nog nooit van
het plan gehoord. In een stad met een aftands treinstation met drie
sporen klinkt het mij enorm futuristisch in de oren. Spannend. (meer)
Googlen op ‘helikopterhaven Tilburg' levert weinig op. Een verwijzing naar exploitant Helinet. Het bedrijf meldt kordaat dat het ‘een fijnmazig netwerk van helikopterhavens realiseert.' Ook Tilburg staat op het kaartje. Uit de Nieuwsbrief Gemeenteraad staat dat er vorig jaar is gepraat over de helihaven. De stemming voor het plan is gestaakt. Het college moet er nog maar eens over nadenken, vinden GroenLinks, PvdA en SP. Partijen die waarschijnlijk flink verliezen in de komende gemeenteraadsverkiezingen.
Het wordt steeds mooier. ‘De landingsplaats moet de plannen voor de vliegtuigindustrie in Tilburg een stimulans geven', meldt het tekstje in de nieuwsbrief. Er gaat een wereld voor me open. Een select groepje visionairs werkt blijkbaar achter de schermen aan projecten die van Tilburg het Cape Carnaval van Europa gaan maken.
De vraag is wie er naast Saab en Boeing op de wentelwieken zit te wachten. Helinet meldt dat het ‘consultants, advocaten, architecten, politici en artiesten' zijn. Volgens het bedrijf gaat het om ‘menig professional' die ‘meermalen per maand in de situatie komt dat hij of zij snel en/of voor korte duur ergens moet zijn'. Het zijn mensen die ik niet ken. Weet u ze te zitten, die razend drukke artiesten, accountants en politici die smachten naar een Tilburgse landingsplaats voor hun heli?
Nee hè? Toch zijn ze onder ons. Ze zitten in het gemeentehuis, de mensen met de helikopterview. Wat zouden ze graag over Tilburg vliegen en vanaf grote hoogte de bloeiende vliegtuigindustrie bezien. Met loeiende rotoren instappen en landen op het helipad van het stadhuis. Lekker stoer ook die wapperende haren.
Van ronkende motoren en draaiende wieken gaat een aanzuigende werking uit. Inderdaad. Shopverslaafde stewardessen bezetten het Pieter Vreedeplein, dorstige piloten hangen rond in de paaldansclub en de vliegenierspettenhandel floreert als nooit tevoren.
Ik klik op ‘ja'.
Ko te Let bouwt een raket 5 4

De grote schrijver Ko te Let zat in zijn grote schrijversstoel. Hij plukte aan een draadje op zijn wollen trui. Terwijl hij het tussen duim en wijsvinger tot een sliertje draaide, keek hij naar de vensterbank en mompelde tegen de sanseveria: ‘als dit zo doorgaat, hou ik geen trui meer over'. Ko werd onrustig bij het idee dat zijn trui vezel voor vezel aan het desintegreren was. Alleen al de suggestie gaf hem een beetje een unheimisch gevoel. (meer)
Toen voelde Ko aandrang. Plotseling de druk van een drol tegen zijn sluitspier. De grote schrijver zuchtte diep en moedeloos. Maar hij bleef zitten. Ko voelde de drol groter en groter worden in zijn darmkanaal. De druk nam enorm toe in zijn onderlichaam. Hij zuchtte met een pijnlijk gezicht en stond op uit zijn grote schrijversstoel. ‘Vooruit met de geit', zei hij vermoeid.
Dit was zo'n dag dat alles tegelijk kwam. Zo gebeurde er een tijd niets en zo kwam alles tegelijkertijd, mijmerde Ko. Op zijn pantoffels liep hij naar het toilet. De drol gleed ondertussen door als een boomstam van een skischans. Ko dacht het kopje al te kunnen voelen. Hij werd een beetje zenuwachtig en begon te zweten. Bij de toiletpot draaide hij zich om en liet zijn broek zakken. De drol schoot hard uit zijn boze oog.
Zitten op de toiletpot deed de grote schrijver nooit. Dat vond hij maar niets. Het liefst had hij dan ook een Frans sta-toilet aan laten leggen in zijn flat. Maar de financiering voor die ingrijpende verbouwing aan de natte ruimte had hij nooit rond gekregen. Een gepeperd bezwaar bij de woningbouwstichting had niets uitgehaald. Terwijl hij met zijn handen op zijn knieën steunde, maakte de irritatie zich van hem meester. De woningbouwstichting had hem een sta-toilet door de neus geboord. De poep gleed er ondertussen moeiteloos uit. Hij keek tussen zijn benen door hoe de fecaliën in de pot vielen.
De grote schrijver voelde nog wat zitten, maar zo soepel als eerst kwam de drol niet meer uit het kontgat. Hij perste met zachte druk, maar de drol gaf geen sjoege. Dus deed Ko er een schepje bovenop. Hij drukte zich een rode mist voor de ogen. Het begon hem te duizelen. TRRRIIIING TRRRRIIIING. De grote schrijverstelefoon. ‘Ook dat nog!', kreunde Ko. Met de broek op zijn knieën slofte hij naar de telefoon. De drol was door de beweging losgekomen en liep langs zijn dij in zijn broekspijp. ‘Getverderrie', mompelde Ko ontdaan. Hij nam de hoorn op en hoorde de kiestoon.
Schaatsen (5) 5 2

De grote schrijver Ko te Let nam het applaus dankbaar in ontvangst. Net toen hij wilde vertellen dat zijn nieuwe bundel voor het kleine bedrag van 14,95 in de winkel lag, zag hij dat hij de stadsvijver naderde. Het was een drukte van jewelste op het ijs. (meer)
Jongeren waren er aan het ijshockeyen, vaders sjorden aan sleeën. En daar, daar ging de cultuurmakelaar. Hij zwierde in 't rond. Hij draaide achtjes om de dichter Sjack von de Vam. Hij had pret voor tien. De cultuurmakelaar had een Unox muts op. De dichter Sjack von de Vam bulderde ook van het lachen. Zijn vilten baard wiegde mee met de lachsalvo's. ‘Die Von de Vam gaat er met de stads literatuurprijs vandoor als ik niet oppas', bromde Ko.
Hij stond besluiteloos aan de kant, tussen de ganzenpoep. De cultuurmakelaar zag de grote schrijver niet. Hij zwierde gewoon rustig door, daar op de stadsvijver. Daar greep hij Wief Jizk de Kirgizische puntdichteres met sterallures bij haar middel. De cultuurmakelaar deed of hij onderuit ging en Jizk lachte geluidloos. O, o, o wat hadden ze een pret. Zonder Ko.
Ko zag zijn plannetjes allemaal in het water vallen. Hij wilde een sing a long musical over het leven van Lex Goudsmit maken, een poëtisch vierluik over het verdwenen bakkertje van om de hoek en een episch werk over Miend van de Dobbelare, de befaamde leprose. Hij zag zijn subsidieverzoeken al door de shredder van de cultuurmakelaar gaan terwijl Jizk en Von de Vam er hard bij stonden te lachen.
Een grote daadkracht welde plotseling in hem op. ‘Ik zal ze hebben', bromde de grote schrijver. ‘Een beetje mijn business verzieken.' Hij zocht een rustig plekje om het ijs op te komen en zo de cultuurmakelaar te kunnen verrassen met een kolderieke manoeuvre.
Onder een treurwilg ging Ko op de kant zitten. Met een verbeten hoofd sjorde hij zijn veel te kleine, vieze kunstrijschaatsen aan. Hij richtte zich wankelend op. Het ijs trilde een seconde en sloeg toen onder Ko's trillende schaatsen weg. De grote schrijver kreeg een golf groen stadsvijverwater binnen. Boven het wak zag hij de olijk lachende gezichten van de cultuurmakelaar, de dichter Sjack von de Vam en Wief Jizk. Die Ko.
(Ko heeft het flink onder de leden, beste lezers. Maar wees niet bang: de erven van Linda zorgen goed voor hem.)
|
|
Heerlijk gelachen op meerdere momenten in dit stuk. Maar wat is dit nu ?? Ik blijk maar één plusje te kunnen geven !! Admin, wat is dit voor prulsysteem op deze site ???
René v D - 10 03 10 - 14:44
En voor wie niet helemaal mee is, hier het stuk van Brussen waar het allemaal mee begon:
http://www.bbrussen.nl/2010/03/06/journa..
René v D - 10 03 10 - 14:51
Zo, waar of die Gerrie zich toch allemaal dik over maak. Loop zeker als een tiet je nieuwe reclamarketingbureau, Gerrie?
Theo Ploeg (Email) (URL) - 11 03 10 - 17:29
Ik heb dat nooit begrepen, ‘loopt als een tiet’. Ooit een tiet zien lopen wellicht?
KutBinnenlanders Admin - 11 03 10 - 17:42