Kunst In De Besloten Ruimte (9) 11 7

Tilburg straalt (op rokjesdag)
De kitscherige fonteintjes op de Heuvel waren me natuurlijk al eerder opgevallen. Maar pas toen het meisje haar rokje optilde en een waterstraal opving met haar kruis, zag ik de werkelijke schoonheid van het plein - en niet alleen ik. Binnen de kortste keren stond het vol met wellustige dames van alle leeftijden. Allemaal hadden ze een waterstraal te pakken. Rokjes omhoog, onderbroekjes aan de kant en… genieten maar.
In het begin durfden de vrouwtjes nog niet goed te kermen, maar al snel kwam de een na de ander zonder gene publiekelijk klaar. Wat een geluid! De Apenheul rond voedertijd is er niks bij. En wat een gezicht! Prachtig dat collectieve genot. Ontroerend ook. Zo zie ik Tilburg graag.
Ik wandelde naar de laatste vrije straal en duwde mijn handpalm tegen het omhoog spuitende water. De kracht! Jaloers keek ik om me heen. Een alternatief voor ons mannen moet toch voorhanden zijn… Met een ruk werd ik opzij geduwd door een hitsige dertiger – haar ogen die van een dronken maniak. Nog voor ik goed en wel kon reageren stond zij al met haar benen wijd te genieten. Ze leek op een mongool wiens haren langdurig worden gekamd.
Geïrriteerd verliet ik het bordes. Mijn erectie schuurde tegen de binnenkant van mijn nauwe spijkerbroek. We leven in een matriarchale maatschappij, dacht ik, ook al weten vrouwen hun machtspositie te camoufleren met decolletés en een aanstellerige giechel. De Heuvel leverde opnieuw het bewijs… Ik besloot maar naar het Marietje Kessels monument te gaan. Altijd goed voor een zaadlozing. In het geniep, dat wel. Ook dat schuurde.
Kunst In De Besloten Ruimte (8) 15 13

Noem me maar Alfred. Waarom ook niet. Ik leef immers een overdrachtelijk bestaan. Nog niet zo lang trouwens, maar dat doet hier niet ter zake. Wel van belang is mijn hang naar zuiverheid, naar onbespoten fruit. Want zonder die drijfveer stond ik hier nu niet, tegenover haar.
Ik ken haar al pakweg vijf jaar. De eerste keer dat ik haar ontmoette was tijdens de communie van mijn zoontje, haar klasgenoot. Ze zag er prachtig uit, een bruidje dat de aanstaande echtgenoot simpelweg niet kon afwijzen. Dat deed hij dan ook niet, want ze straalde als een brandende engel toen de pastoor haar een ouwel tussen haar lipjes schoof.
De jaren daarna kwam ik haar regelmatig tegen op het schoolplein. Ik zag haar huppelend op groepjes jongens afstormen. Die stoven ongemakkelijk uiteen, nog niet klaar om haar uitdagingen met stoerheid te pareren – die kenden ze nog maar alleen uit piratenfilms of onbenullige Chinese vechtfilms. Vaak ook hing het meisje als een weeskind aan de arm van een jonge leraar – met een lerares heb ik haar nooit gezien.
Van een veilige afstand volgde ik haar dartele bewegingen, zag haar ontpoppen tot een fraaie vlinder en voelde me betrapt toen ik lieve tietjes ontwaarde in haar bloesje. (meer)
Een enkele keer hadden we oogcontact. Niet lang, want ik kon haar uitdagende blik niet verdragen. Veel te veel vrouwelijkheid in zo’n jong lijfje. Beschaamd wendde ik mij dan af.
Mijn zoontje ging naar het vmbo, zij naar de havo in de stad. Ik verloor haar uit het oog. En nu sta ik tegenover haar, op een open plekje in het zonnige herfstbos. Is het al een jaar later?
Hoe ik hier kom ga ik niet vertellen. Ik ben er niet trots op. Ogen kunnen je hypnotiseren, huren, als een vampier leegzuigen – laat ik het daar maar bij houden.
‘Je ziet er goed uit voor je leeftijd.’
Zoeter kan een stem niet klinken. Ze staart me veelbetekenend aan.
‘Jij bent nog veel te jong om je daarmee bezig te houden.’
Ik doe mijn plicht, zoals een volwassen man betaamt.
‘Oh ja?’
Ze trekt uitdagend haar T-shirt naar beneden. Haar borsten golven tegen de strakke stof. Tepeltjes schieten met scherp. Ik duizel.
Ze gaat tegenover me zitten, zonder dat haar ogen me ook maar een ogenblik loslaten. Haar rokje hangt nonchalant over haar prachtige bovenbenen. Met haar vingers plukt ze de stof langzaam omhoog. Een rood onderbroekje wordt zichtbaar. Geschrokken kijk ik weg.
‘Durf je niet te kijken?’
En dan ook nog zo brutaal…
‘Ik heb het al eens gedaan hoor.’
Dertien jaar en dan al zo fysiek aanwezig. Dat is niet goed, dat mag niet… Ik schrik van mijn morele reactie. Meisjes van dertien mogen immers gestenigd worden – één kort bericht in de krant. Ook mogen ze solo avonturen beleven op de wereldzeeën – enkele lange verhalen in de pers. Maar hallo! raak je ze liefdevol aan dan is het medialandschap te klein. En terecht. Dus. Ik moet naar huis – en snel!
Maar kijk haar nu eens Zijn. Ze gaat rustig achterover liggen op de dorre bladeren, alsof er niks aan de hand is. Een been op de grond, met het andere wiebelt ze op en neer. De stof van haar slipje beweegt vrolijk mee. Ik zie hoe haar lipjes zich liefjes verstoppen achter het rood. Het nazomerlicht danst over de o zo zachte rimpels. Volgens mij bliksemt het in haar kruis – dertien jaar, en de inhoud van haar broekje viert al uitbundig een Suikerfeest.
Elektriciteit schiet als een razende door mijn lijf. Als verlamd blijf ik zitten.
‘Wil je niet met me vrijen?’
Ik kijk haar angstig aan, mijn hart gaat tekeer als een mitrailleur die op weerloze wezens schiet. Ze gaat nu recht zitten en plukt aan mijn broek.
‘Je moet me wel even helpen hoor, die knoop krijg ik zo niet los, ik heb pianovingers…’
Korte masturbatiepauze. In elk geval voor mij, even de hormonen aftappen, want anders ontaardt het verhaal in porno, terwijl het toch vooral een allegorie moet zijn, een verhaal dat het Echte Leven meer dan meesterlijk neerzet. Voel U echter niet geremd om ook Uw gerief te zoeken, dat is gezond. Bovendien schept het een band tussen schrijver en publiek – en wat willen we nog meer?
Mijn vlees is zwak, net als mijn geest. Laat ik maar doen wat zij wil, dan wordt niet duidelijk wat ik wil. Verzachtende omstandigheden.
Onhandig stroopt ze mijn broek naar beneden. Toch niet zo ervaren, denk ik, maar we zullen zien. Ik druk haar tegen de grond, schuif haar rok omhoog. Met mijn lippen wrijf ik over haar kruis. Ze blijft rustig liggen terwijl ik haar benen voorzichtig spreidt. De stof van haar broekje schuurt over haartjes, ik voel het met mijn mond. Ze is toch meer vrouw dan ik dacht. Met mijn tong duw ik zachtjes tegen haar lippen. Ze heeft al echte kussentjes. Nog altijd beweegt ze niet. Maar wat ruikt ze heerlijk… zo puur, zo zoet, een beetje naar rozemarijn…
Ik stroop haar broekje naar beneden. Ze tilt haar billen op. Kijk nou toch eens, die lieve haartjes… wat zien ze er nog gelukkig uit. Voorzichtig streel ik haar bosje en open het. Ze is nat. Het topje van mijn wijsvinger schiet naar binnen in de nauwe opening. Zo te voelen is ze inderdaad geen maagd meer, geen gummie oing oing te bekennen.
‘Weet je het zeker?’
Ze knikt, maar de sprankeling lijkt uit haar ogen verdwenen. Helaas is er geen weg terug. De locomotief is op stoom. Een cul-de-sac.
Ik maak mijn eikel nat en probeer bij haar binnen te dringen. Ik voel hoe ze verkrampt. Toch druk ik door. Stroef glijd ik bij haar binnen. Met haar armen drukt ze tegen mijn borst, alsof ze mij elk moment van zich af wil duwen.
‘Zal ik stoppen?’
‘Nee ik vind het lekker.’
Voorzichtig stoot ik in haar. Haar benen worden keihard. Toch maar stoppen! Ik verlaat haar prille liefdesgrot en ga weer zitten. Beteuterd kijkt ze me aan.
‘Dat is niet erg hoor’, probeer ik haar te troosten. ‘Misschien ben je toch nog te jong voor seks.’
Ze reageert niet.
‘Vind je het goed als ik me even aftrek op jouw billen. Het zaad moet er wel uit, of wil je dat ik explodeer?’ Mijn grapje ontspant haar. Lachend gaat ze op haar buik liggen… Ze heeft nog een beetje meisjesbillen, nog niet helemaal volgroeid, maar wat zijn ze prachtig en zo lekker onschuldig wit… Ik schuif haar benen bij elkaar en plaats mijn knieën naast die van haar. Ik begin te masturberen terwijl ik over haar zachte landschap streel. Alsof ik met een mes over het water glijd. Onwennig blijft ze liggen. Dit kent ze niet. Natuurlijk niet, maar voor alles komt een eerste keer.
Als ik in haar bilspleet wil afdalen naar haar negende opening knijpt ze haar spieren samen. Toch enige repulsie. Gelijk heeft ze. Veel te jong om nu al twee liefdesopeningen te ontdekken. Die bittere maan komt nog wel. Ik verhoog het tempo en spuit al snel over haar kont. Liefdevol wrijf ik het zaad over haar billen uit.
‘Wat is dat warm’, zegt ze giechelend.
Kunst In De Besloten Ruimte (7) 23 25
Een geiser van gekrijs

Het duurde even voor de eerste steen doel trof. Het was opvallend hoeveel mannen mis gooiden. Soms meters. Zenuwen? Lijkt me sterk, het geloof stond immers aan hun zijde. Terecht overigens. Vrouwen moeten niet zo’n grote broek aantrekken. En al helemaal niet uitrekken. Vooral niet in het bijzijn van drie moslimmannen. Kat. Spek. Et cetera. Tja, dommigheid komt overal voor. Ook bij meisjes van dertien. Dat blijkt maar weer. Goed dat er corrigerende maatregelen bestaan. Dat zal ze leren. De geile sloeries. Verkrachting mijn reet… Tot zover de moraal, terug naar de actie. Zoals gezegd was het even wachten tot de eerste PATS! Een inspirerende PATS! Op het jukbeen. Het bloed gutste eruit. Vrijwel meteen. Een teken van hogerhand. Van Allah. Een aanmoediging, dat vooral. Dus. PATS! PATS! PATS! Et cetera. (meer)
Het toeval wilde dat ik vorige week in Somalië was. Een oud-studiegenoot van me woont/werkt in Mogadishu. Tweehonderd euro retour - de lage vliegprijzen blijven me verbazen. Maar niet te lang, want voor je het weet is het leven alweer voorbij… Een weekje vakantie dus. De eerste dagen verliepen rustig, om niet te zeggen saai. Wat rondhangen in de blanke pubs… Totdat… een buzz zoemde door de wijk… er stond een steniging op stapel! Mijn vriend wist te vertellen dat het een culturele happening van formaat zou worden. Ik moest mijn borst maar eens natmaken. En, wat zouden mijn vrienden thuis jaloers zijn. Die kans wilde ik natuurlijk niet laten lopen.
Het stadje Kismayo lag op een voor Afrikaanse begrippen steenworpafstand van Mogadishu. Met de hagelwitte leaseauto van mijn vriend legden we de route in een halve dag af. We waren ruim op tijd, dus we slenterden wat rond in de buurt van the place to be, het plaatselijke voetbalstadion... Ongeveer een uur voor het spektakel startte, arriveerde een vrachtwagen. De lading: stenen. De chauffeur stortte ze opvallend routineus in een van de strafschopgebieden. (Het doel was voor de gelegenheid verwijderd.) Het verbaasde me dat we er gewoon naartoe konden lopen – entree hadden we ook al niet hoeven betalen. Waarschijnlijk zijn de culturele activiteiten in Ethiopië gesubsidieerd, al dan niet met ontwikkelingsgelden. Ik raapte een steen op. Niet groter dan een tennisbal. Keurend liet ik het graniet (?) een paar keer in mijn handpalm ploffen.
De houten tribune stroomde langzaam vol. Met mannen, uiteraard. Opvallend veel blanke mannen overigens. De buzz had zijn werk gedaan onder de toeristen. Ook wij namen plaats, allebei een tej in de hand. De feestelijke drank smaakte lekker bitter. Denk aan… nee, ga zelf maar een keertje proeven. Tweehonderd euro kunt ook U gemakkelijk betalen. En misschien heeft ook mazzel en kunt ook U naar een steniging. Cultuur snuiven reinigt de ziel. Dus. De stevig vastgebonden slet werd binnengedragen door twee mannen, gevolgd door een stoet moslims (?) met baarden. Ze spartelde en schreeuwde. Ja meisje, berouw komt na de zonde! Nu pas zag ik dat er op de middenstip een gat was gegraven. Het meisje erin, het gat dicht en gooien maar zou ik zeggen!
Nee, zo gemakkelijk ging het niet. Eerst de rituelen. De baarden slingerden haar allerlei verwensingen naar het hoofd. Het spuug vloog haar om de oren. Een paar mannen begonnen in tongen te praten – en zelfs te schuimbekken. Wat een prachtig schouwspel. En het meisje bleef maar schreeuwen. Omdat alleen haar hoofd boven de grond uitstak, had dat een mooi dramatisch effect. Alsof een geiser van gekrijs omhoog spoot uit de spelonken van het vagevuur. Ja, de regisseur had het goed begrepen... Een soort scheidsrechter (de regisseur?) in een zwart gewaad maakte een einde aan het voorspel. Het was tijd voor het hoofdprogramma… De mannen liepen naar de berg stenen en staken er een paar in hun buideltassen. Met gesteende vuisten gingen ze in een kring om het meisje staan. Op zo’n twintig meter afstand, zodat de toeschouwers optimaal van het spektakel konden genieten. En geen journalisten te zien! (Een buzz heeft zo zijn eigen wetten.) Noem het decadent, maar ik hou van exclusiviteit.
PATS! PATS! PATS! Het bloed spoot er nu uit. En een gekrijs! Zoiets afgrijselijks had ik nog nooit gehoord. Een rilling schoot over mijn rug. Om mijn ongemakkelijk gevoel weg te drukken, riep ik ‘Jew! Jew! Kill the jew!’ Een enkeling herkende de Monty Python sketch uit The life of Brian en lachte bevestigend. PATS! PATS! PATS! Drie keer achter elkaar raak! Ha, ik kwam weer in het spel… Geconcentreerd probeerde ik me te verplaatsen in de benarde positie van de sloerie. Brrrrrrrrr… Shit zeg, dat associëren verhoogde de amusementswaarde aanzienlijk… lekker zielig… He, wat nu?! De scheidsrechter legde de wedstrijd stil. Een paar verpleegsters groeven het meisje uit de grond. Ik dacht te zien dat haar bovenlip loshing – ik had helaas geen verrekijker bij me. Zou ze dood zijn? Nee, gelukkig, ze was slechts bewusteloos. Binnen vijf minuten was ze weer speelklaar gemaakt door de verpleegsters. Mijn vriend stootte me triomfantelijk aan en stak zijn duim omhoog.
PATS! PATS! PATS! Het hoofd spatte bijna uit elkaar. Daar kon een splattermovie niet aan tippen. De hoer moest nu wel dood zijn. De scheids beëindigde de wedstrijd. Dat kwam hem op een striemend fluitconcert te staan. Ja, de sfeer zat er goed in. Ook wij waren in onze nopjes… We dronken nog een tej of twee, drie, vier, vijf... Aangenaam rozig reden we terug, over de verlaten zandwegen langs de kust. Ik kneedde mijn kruis, was een beetje geil geworden. Mijn vriend had het in de gaten. Hij kende wel een adresje. ‘Hier zijn zat hoeren jongen, dit land wemelt van de hoeren.’
Gezien: De steniging van Aisha Ibrahim
Waardering: Beoordeling: ۞۞۞۞۞
Kunst In De Besloten Ruimte (6) 20 24
Sysyphus, dus

‘Je wilt dus eh… uit het raam springen?’ Hij wees naar het venster naast zijn bureau. Hij lachte daarbij ongemakkelijk, alsof het van hem werd verwacht. Zijn schouders schokten een beetje op en neer. Het hoofd bewoog niet mee. Ik moest denken aan Herman – goeie morgen deze morgen – Koch in Debiteuren/Crediteuren. Ja, B. Drooglever, verzuimarts van Maetis, bracht de stemming er goed in. En ik hoefde er weinig voor te doen. Het melden van enkele depressieve klachten was ruimschoots voldoende om zijn komische talenten te lanceren. (meer)
Op de fiets naar Industrieterrein ’t Laar voelde ik de eerste voorpret opkomen. Mijn verwachtingen waren hoog gespannen. Op de site stonden mooie dingen. ‘Arbodienstverlener Maetis is er op gericht om werkgevers zakelijk en werknemers persoonlijk gezonder te maken’. Kijk! ‘Maetis heeft een individueel beweegplan voor fittere werknemers.’ Wauw! ‘De oplossingen op het gebied van verzuimmanagement zijn modulair opgebouwd en afgestemd op de vangnet- en maatwerkregeling.’ Prách-tíg!
Ook de uitnodigingsbrief was veelbelovend. Ik kreeg een vermaning, want ik was niet komen opdagen bij de eerste afspraak. ‘Hierdoor zijn wij genoodzaakt om deze no-show bij u in rekening te brengen.’ Eerdere afspraak? Na tien minuten dwalen door een goed geconstrueerd doolhof van menu-opties en rockballads in orgeluitvoering kreeg ik een ongeïnteresseerde dame aan de lijn. Nee hoor, ik had maar liefst twee (!) oproepen gekregen – voor de zekerheid stuurden ze er altijd nog eentje achteraan. Ja, dat wist ze zeker. Nee, het systeem maakte geen fouten… De volgende dag kreeg ik opnieuw een uitnodigingsbrief. Identiek aan de eerste. ‘Hierdoor zijn wij genoodzaakt om deze no-show bij u in rekening te brengen.’
Ik moest mij melden op de tweede etage van ‘het roze gebouw op het einde van de Dr. Paul Janssenweg rechts’. Het hol van de afgekeurde en/of mislukte huisartsen had dus een vrolijke tint. Vast en zeker om de onkunde te camoufleren. Dat viel me tegen. Zoveel zelfkennis had ik niet verwacht. Maar wellicht was het toeval… Ik stapte uit op de tweede verdieping en meldde me bij de balie. Daar zat niemand. Op de achtergrond zag ik vier mensen, weggedoken achter een pc. Ik klopte op het raam. Een man met een bruine pullover en een borstelige snor keek geïrriteerd over zijn schouder. Een bovengemiddeld dikke vrouw klikte snel een kaartspel weg. Verder geen actie. Ze lieten me staan. Gelukkig, die roze kleur was geen opzet. De onkunde mocht wel degelijk getoond worden. Ik kreeg er weer plezier in.
Ik nam plaats in de wachtkamer. De tijdschriften dateerden van begin 2006. Viel me mee. Ik nam L’étranger van Camus uit mijn binnenzak en begon te lezen. Na een tijdje schuifelde een kleine, schuchtere man langs. Hij droeg een witte jas en een volle baard. Zijn eggness was niet te missen. Zijn onhandig loopje, zijn meidenpiemel, zijn dommige ik-kan-er-ook-niets-aan-doen blik, zijn hangende schouders. Een ei van jewelste. Hij knikte bangig naar mij en schuifelde voorzichtig verder. Een kwartier lang gebeurde er niets. Niemand te zien of te horen. De receptie was nog steeds onbemand. Tien minuten later stelde een lange man zich voor als B. Drooglever. Ook een witte jas. Ook een ei. Zijn onhandig loopje, zijn meidenpiemel… etc. Ik liep vrolijk achter hem aan naar zijn spreekkamer.
‘Je wilt dus eh… uit het raam springen?’ Hij verraste me. De dommigheid was groter dan gehoopt. Het werd dan ook een uitermate gezellig gesprek. Natuurlijk paste ik op mijn tellen. Stel je voor dat B. Drooglever tegen alle natuurwetten en verwachtingen in toch een zweem van een ego zou bezitten… Nee, ik liet de bureaucratische machine gewoon lekker zijn ding doen – en genoot daar met volle teugen van. ‘Ken je de openingszin van Le Mythe de Sisyphe van Camus?’ vroeg ik aan B. Drooglever. Nee, natuurlijk kende hij die niet. Ik citeerde op een nonchalante manier. ‘Il n’y a qu’un problème philosophique vraiment sérieux: c’est le suicide.’ Opnieuw schokten zijn schouders op zijn Herman Kochs.... En zo probeerden we er allebei iets van te maken.
Ja, die Camus had het goed begrepen. In l’absurde zit de zuurstof. Het absurdisme als hét medicijn om de zinloosheid van het irrationele leven te kunnen verdragen – en er zelfs van te kunnen geníeten. Optimistisch nihilisme. Dus. Duw net als Sysyphus telkens opnieuw die zware steen naar boven en… rollen maar! Plezier verzekerd.
Gezien: Arbo-arts B. Drooglever in zijn natuurlijke habitat
Beoordeling: ۞۞۞
Wonderen en ongelukjes 4 6

De redactieleden van KutBinnenlanders.nl, met name degenen die meedoen morgen aan het Peerke Donders theatersportspektakel, merken al enige tijd de effecten. Zo gaat de laatste tijd systematisch alle elektronische apparatuur die ik in bezit heb, één voor één kapot. Er gaat geen week voorbij sinds ik mijn medewerking toezegde aan deze voorstelling, dat er geen apparaat sneuvelt. Hoewel het inmiddels al tientallen apparaten en andere electronica betreft, kún je dat nog aan toeval toeschrijven. Er is echter meer, veel veel meer. (meer)
Camera's, televisies, spaarlampen, MP3-spelers, alles wat mij maar kon afleiden van het concentreren op en instuderen van mijn rol in de voorstelling, ging eraan. Poef, poef, poef, allemaal kaputt. Alsof er hogere krachten in het spel waren die er alles aan gelegen waren dat ik mijn medewerking aan deze voorstelling zo serieus mogelijk invulde. Iedere afleiding ging eraan, zelfs sommige boeken die ik opensloeg begonnen na een paar pagina's naar smeulend papier te ruiken. Ik heb ze maar - verder ongelezen - weggelegd en het script er nogmaals bijgepakt. Ook het weer wil alleen maar zonneschijn bieden de laatste weken wanneer ik mij in de tuin met het script in een confortabele rietstoel nestel. U kunt, zo u wilt, dus mij de schuld geven van de enorme hoeveelheden regenachtig weer die u de laatste tijd over u heen heeft mogen laten wassen. Al is er geen enkele kwade bedoeling in het spel geweest mijnerzijds, dat kan ik u verzekeren.
Ik heb begrepen dat het zoontje van Bandirah, dat aan ver gevorderde lepra leed en diens vader veelvuldig in het ziekenhuis naast diens bed aanwezig deed zijn, enorm aan de miraculeuze beterschap is. Doktoren spreken van een raadsel maar Bandirah zelf hing eergisteren nog, met hoorbare tranen van ontroering, aan de telefoon om zijn geluk in de hoorn te janken over deze bizarre medische wonderbaarlijkheid. Doctorandus Dautzenberg zelf heeft recent een groot bedrag gewonnen in de Staatsloterij wat hem in staat stelde zijn vervelende baan op te zeggen en zich helemaal te wijden aan de definitieve versie van het script (dat we allemaal gisteren binnen hebben gekregen). En Omroep Brabant had, bij een radio-interview met Dautzenberg, opeens een record-aantal luisteraars dat hen op adverteer-gebied geen windeieren legde. Maar het zijn niet enkel positieve voorvallen die plaatsvinden.
Laat ons het bizarre voorval van gisteren niet vergeten. Ik heb nog nooit een vlieg zichzelf te pletter zien vliegen tegen een stapel houten blokjes, om daarna brand te zien uitslaan op de slag des impacts. De drukker die de gratis bidprentjes geregeld heeft voor onze gezegende voorstelling, is in een restaurant gestikt in een verder heel zacht wegdrinkende wijn, tijdens een overleg waarvan boze tongen beweren dat daarin het exclusieve ontwerp van de prentjes aan een geïnteresseerde partij te koop werd voorgelegd, hoewel we dat van de goede man (over de doden niets dan goeds) niet kunnen voorstellen. En nadat enkele negatieve reacties op deze en andere websites opdoken betreffende de voorstelling, begonnen de webservers danig te mankeren en bij vlagen ernstige defecten te vertonen.
Ieder van deze incidenten kan nog afgedaan worden als, tsja, incident. Maar tel het allemaal bij elkaar op en er is iets bijzonders aan de hand, dacht ik zo. Dat wordt nog wat, morgen tussen half drie en drie uur, in Zaal 16, Carré, Tilburg. Het zal me niet verbazen als er nog meer wonderen plaats gaan vinden. Ik ben alvast benieuwd !
Kunst In De Besloten Ruimte (5) 13 10
De dodo van de orale kunsten
Klokslag 17.00 uur treedt hij binnen. In café ’t Buitenbeentje, zijn habitat. Zoals elke donderdagmiddag. De Opperpater. Hand joviaal in de lucht. Luidruchtig. Hij begroet de aanwezige paters en knikkers en bestelt aan de bar zijn eerste halve liter. Hij wacht quasi-nonchalant op zijn pul bier. De € 2,50 aan muntgeld rammelt ongeduldig in zijn hand. Na een eerste slok neemt hij plaats aan het hoofd van zijn stamtafel. Met een schuimsnor, die vanzelf wel wegtrekt. Hij lacht. De Opperpater lacht vrijwel altijd. En hij neemt het woord. Om de komende drie uur niet meer daarmee te stoppen. Een tiental fans hangt weer aan zijn lippen. De lippen van de enige echte Tilburgse voordrachtskunstenaar. Klokslag 20.00 uur verdwijnt hij weer. Eastenders kijken. Op BBC one. (meer)
De Opperpater. Hij heeft een imposante keelklank, een tikkeltje nasaal. Geen piepende eunuch, maar een zalvend grommende beer. Zijn woordkeus is zorgvuldig bijgeslepen, afgestemd op zijn gehoor. Maar niet serviel of dwepend. Oh nee, zeker niet. Eerder pronunciatio, overtuigend. Maar let op! Hij toont zijn paspoort van eruditie zonder zijn toehoorders te schofferen. Zonder boven hen te gaan staan. Hij is een van hen. Sámen nemen ze de lift naar een hogere etage. En sámen stappen ze uit. Dat is de ware kracht van de Opperpater. Zijn witzen hebben bovendien altijd meerdere lagen. Geen eendimensionale grappen en grollen. Noblesse oblige. De Opperpater, zwaar van gewicht en zwaar van inhoud.
Ook vandaag weet hij weer indruk te maken. Met zijn performance. Zijn metamorforistische gebarenkunst is onvergetelijk. Hoe miniem zijn fysieke handelingen ook zijn. Z’n pantomimiek beperkt zich tot een subtiel spel met zijn wenkbrauwen. En een geraffineerd lachje. Hooguit een lichte plooi, die de viriliteit van de inhoud versterkt. Wel dominant: zijn echoënde bariton. En zijn decorum, dat hij streng bewaakt. Dankbare instrumenten van een ware vakman. Hij probeert de bezoekers van ’t Buitenbeentje ermee te verlichten, te stichten zelfs. De Opperpater is een man van deugd en waardigheid. Althans, tijdens zijn voordrachten. Daarbuiten overschrijdt hij nog wel eens het grensgebied. Maar nooit op het podium…
De Opperpater is overigens als voordrachtskunstenaar een autodidact. Dus geen geschoolde maniertjes. Geen aanstellerig gehinnik. De Opperpater is een natuurtalent. Het zit in zijn genen. Hét. ‘t Is moeilijk te omschrijven. Hij heeft hét gewoon. Aan zijn kont hangen, als het ware. Hij hoeft zijn retorische kunsten niet naar populistische voorgangers of succesvolle politici te modelleren. Ook is hij wars van classicistisch geneuzel. Hij is zichzelf. Geeft gewoonweg toe aan de aandrang om te oreren. Aan de flow van de taal. Declameren is bovendien gezond, zegt hij. Het regelt de lichaamtemperatuur. Het overtollige vocht verdwijnt door de muzische inspanning uit het imposante lichaam - via adem, speeksel, transpiratie en tranen. Geest en lichaam trekken bij de Opperpater samen op. Als avontuurlijke woudlopers. Gebroederlijk zij aan zij. Af en toe een gebbetje makend.
De voordrachtskunstenaar, de dodo van de orale kunsten. In de loop van de twintigste eeuw uitgestorven. Compleet uitgestorven. Monddood gemaakt door de televisie en alles wat daarna kwam. De Opperpater geeft het metier weer een nieuwe injectie. Met zijn welsprekendheid plaveit hij de weg voor een nieuwe generatie redenaars. Wie weet, stampt hij een nieuw gilde uit de grond. Een rederijkerkamer anno 2008. Ja, ja, ja, ja... Laat iemand een traktaat aan deze man wijden. En snel een beetje.
Gehoord: De Opperpater, Kafee ’t Buitenbeentje
Waardering: ۞۞۞۞۞
Kunst In De Besloten Ruimte (5) 3 6

De dodo van de orale kunsten
Klokslag 17.00 uur treedt hij binnen. In café ’t Buitenbeentje, zijn habitat. Zoals elke donderdagmiddag. De Opperpater. Hand joviaal in de lucht. Luidruchtig. Hij begroet de aanwezige paters en knikkers en bestelt aan de bar zijn eerste halve liter. Hij wacht quasi-nonchalant op zijn pul bier. De € 2,50 aan muntgeld rammelt ongeduldig in zijn hand. Na een eerste slok neemt hij plaats aan het hoofd van zijn stamtafel. Met een schuimsnor, die vanzelf wel wegtrekt. Hij lacht. De Opperpater lacht vrijwel altijd. En hij neemt het woord. Om de komende drie uur niet meer daarmee te stoppen. Een tiental fans hangt weer aan zijn lippen. De lippen van de enige echte Tilburgse voordrachtskunstenaar. Klokslag 20.00 uur verdwijnt hij weer. Eastenders kijken. Op BBC one.
(meer)
De Opperpater. Hij heeft een imposante keelklank, een tikkeltje nasaal. Geen piepende eunuch, maar een zalvend grommende beer. Zijn woordkeus is zorgvuldig bijgeslepen, afgestemd op zijn gehoor. Maar niet serviel of dwepend. Oh nee, zeker niet. Eerder pronunciatio, overtuigend. Maar let op! Hij toont zijn paspoort van eruditie zonder zijn toehoorders te schofferen. Zonder boven hen te gaan staan. Hij is een van hen. Sámen nemen ze de lift naar een hogere etage. En sámen stappen ze uit. Dat is de ware kracht van de Opperpater. Zijn witzen hebben bovendien altijd meerdere lagen. Geen eendimensionale grappen en grollen. Noblesse oblige. De Opperpater, zwaar van gewicht en zwaar van inhoud.
Ook vandaag weet hij weer indruk te maken. Met zijn performance. Zijn metamorforistische gebarenkunst is onvergetelijk. Hoe miniem zijn fysieke handelingen ook zijn. Z’n pantomimiek beperkt zich tot een subtiel spel met zijn wenkbrauwen. En een geraffineerd lachje. Hooguit een lichte plooi, die de viriliteit van de inhoud versterkt. Wel dominant: zijn echoënde bariton. En zijn decorum, dat hij streng bewaakt. Dankbare instrumenten van een ware vakman. Hij probeert de bezoekers van ’t Buitenbeentje ermee te verlichten, te stichten zelfs. De Opperpater is een man van deugd en waardigheid. Althans, tijdens zijn voordrachten. Daarbuiten overschrijdt hij nog wel eens het grensgebied. Maar nooit op het podium…
De Opperpater is overigens als voordrachtskunstenaar een autodidact. Dus geen geschoolde maniertjes. Geen aanstellerig gehinnik. De Opperpater is een natuurtalent. Het zit in zijn genen. Hét. ‘t Is moeilijk te omschrijven. Hij heeft hét gewoon. Aan zijn kont hangen, als het ware. Hij hoeft zijn retorische kunsten niet naar populistische voorgangers of succesvolle politici te modelleren. Ook is hij wars van classicistisch geneuzel. Hij is zichzelf. Geeft gewoonweg toe aan de aandrang om te oreren. Aan de flow van de taal. Declameren is bovendien gezond, zegt hij. Het regelt de lichaamtemperatuur. Het overtollige vocht verdwijnt door de muzische inspanning uit het imposante lichaam - via adem, speeksel, transpiratie en tranen. Geest en lichaam trekken bij de Opperpater samen op. Als avontuurlijke woudlopers. Gebroederlijk zij aan zij. Af en toe een gebbetje makend.
De voordrachtskunstenaar, de dodo van de orale kunsten. In de loop van de twintigste eeuw uitgestorven. Compleet uitgestorven. Monddood gemaakt door de televisie en alles wat daarna kwam. De Opperpater geeft het metier weer een nieuwe injectie. Met zijn welsprekendheid plaveit hij de weg voor een nieuwe generatie redenaars. Wie weet, stampt hij een nieuw gilde uit de grond. Een rederijkerkamer anno 2008. Ja, ja, ja, ja... Laat iemand een traktaat aan deze man wijden. En snel een beetje.
Gehoord: De Opperpater, Kafee ’t Buitenbeentje
Waardering: ۞۞۞۞۞
Kunst In De Besloten Ruimte (gastaflevering) 23 30
|
|
Prachtig.
Herr Aldi - 29 04 10 - 10:20